dinsdag 13 mei 2008

De algemene lijn van deze blog

Citaten:

“What in the West is radicalising individuals?
The key is […] what it is about our own societies and culture that fails to provide aspirational, educated and energetic young individuals with a clear sense of purpose and collective direction through which to lead their lives and realise their ambitions, so that they look for it elsewhere – including, for some, among various arcane and distorted belief systems.”

“It is this cultural malaise and pessimistic outlook that forms the backdrop, and inevitably shapes, contemporary terrorism. […] The uncertainty of our times has led to view human action with concern, encouraging a destructive misanthropy that has been acted upon by some who view themselves as particular victims. It is this dominant dystopian culture, which is our own, that needs to be addressed if we are to defeat terrorism.”

“Het wordt de hoogste tijd dat we aan de constructie van een nieuw humanisme beginnen zonder God, kerken of dogma’s, zonder fanatisme of nihilisme, maar dat aan het blijkbaar onuitroeibare verlangen van de mensen naar materiële en spirituele ontplooiing beantwoordt. Indien we daar niet in slagen ligt de weg naar fundamentalisme, charlatanerie en ‘omfloerst irrationalisme’ wijd open, en we weten uit de geschiedenis wat daar de gevolgen van kunnen zijn.”

Referenties:

De eerste twee citaten komen uit: Bill Durodié, Home-grown nihilism – the clash within civilisations, tekst op BB betreffende het congres van 29/2/2008 ‘What is a Time of Terror’, eertse citaat blz. 125, tweede citaat blz. 127.

Het laatste citaat komt uit: Ludo Abicht, Radicale Verlichting, Christendom en Spiritualiteit, in: Streven, mei 2008, blz. 411.

Commentaar:

Naar aanleiding van deze citaten wil ik trachten de hoofdlijnen van deze blog samen te vatten. Het thema is ‘Filosofie en terreur’. M.i. kan filosoferen over terreur alleen zinvol gebeuren als er ook gebruik wordt gemaakt van andere wetenschappen, zoals sociologie, geschiedenis en politieke geschiedenis. Ook die filosofen die over terreur geschreven hebben deden dat vanuit de betrokkenheid op bijvoorbeeld politiek en geschiedenis: Machiavelli (het verdeelde ‘Italië’ van zijn tijd), Hegel (de Franse revolutie), Camus en Sartre (de Algerijnse problematiek) en Arendt (de totalitaire regimes van de vorige eeuw).
De problemen i.v.m. terrorisme in onze tijd zijn enerzijds te wijten aan internationale politiek (spanningen tussen de verschillende machtsblokken en ‘culturen’) maar anderzijds ook aan problemen en spanningen binnen de westerse samenleving zelf. Het is vooral dit laatste aspect dat mij in deze blog heeft beziggehouden, vandaar mijn belangstelling voor bijvoorbeeld Furedi en Durodié die deze problemen ‘sociologisch’ benaderen. Toch gaan ze m.i. verder dan een beschrijvende sociologische activiteit. Ze zouden zich tevreden kunnen stellen met de effecten van terrorisme op onze samenleving te beschrijven, maar ze gaan verder dan dat, wat hun reflectie m.i. een filosofische dimensie geeft. Zij problematiseren het gangbare discours over de ‘time of terror’, en ze thematiseren een aspect van terreur en terrorisme dat doorgaans weinig aandacht krijgt, nml. de angst en het onbehagen in onze westerse samenleving. Het is dit eerder filosofisch aspect van hun onderzoek dat mij vooral aanspreekt.

Het onbehagen dat het Westen kenmerkt is m.i. een gevolg van de ontmaskering van de gewelddadige aspecten van onze geschiedenis, en vooral van de kolonisatie en de nu nog steeds verder bestaande uitbuiting van arme landen door rijkere (niet allen westerse) landen.. In die bewustwording heeft Sartre een belangrijke rol gespeeld. In die zin heeft Sartre misschien onze samenleving verzwakt, hoewel het ook pleit voor onze beschaving dat ze haar eigen critici voortbrengt. Hierin lijkt het westen vrij uniek.

Camus en Arendt hebben benadrukt dat terrorisme het gevolg kan zijn van eenzaamheid en wanhoop. Deze laatste kenmerken hoeven niet altijd het gevolg van armoede en uitbuiting te zijn, zoals wordt aangetoond door een aantal terroristische daden die gepleegd werden door eerder welstellende mensen uit de westerse samenleving, die echter de waarde of zin van deze samenleving niet meer zien. Wat in verband kan gebracht worden met de analyses van Furedi en Durodié.

Hegel’s analyse van het terrorisme als een gevolg van het nastreven van absolute vrijheid lijkt mij ook op menselijk vlak waardevol. Hegel beschouwde het verabsoluteren van de vrijheid als doel op zichzelf als een negatieve, destructieve vrijheid, die de terreur als gevolg heeft gehad. Die negatieve vrijheid kan volgens hem maar ‘overwonnen’ worden voor zover deze vrijheid ten dienste kan staan van een constructief doel buiten zichzelf. Ook Camus was wantrouwig tegen het verabsoluteren van de vrijheid als enig doel. Waar beide filosofen het misschien vooral over het politieke aspect hebben, geldt hun analyse m.i. ook op menselijk vlak. Zoals filosofen zoals Berlin, Taylor en Todorov uitvoerig behandeld hebben is er een verschil tussen een vaak noodzakelijk moment van negatieve vrijheid (zich vrij maken van) en een constructief moment (zich vrij maken voor) waarin die vrijheid aangewend wordt ter verwezenlijking van een ander doel. Het is wellicht op dit laatste vlak dat het schoentje in het hedendaagse westen wringt, zowel collectief als individueel.

Mijn conclusie is dat als het Westen uit deze crisis wil geraken, crisis waarvan het zich o.a. ‘dank zij’ het terrorisme bewust geworden is, er meer aandacht moet gaan naar de nood aan zingeving en vormen van ‘spiritualiteit’. Dit is m.i. noodzakelijk als we niet willen ten onder gaan aan een eenzijdig, platvloers en uithollend technisch denken en materialisme. Deze spiritualiteit hoeft niet persé religieus te zijn, zoals blijkt uit het boek van André Comte-Sponville, L’esprit de l’athéisme. Introduction à une spiritualité sans Dieu (Albin Michel, Parijs, 2006). Het citaat van Ludo Abicht ligt in die lijn, en ook bijvoorbeeld sommige publicatie van Luc Ferry. Een hernieuwde aandacht voor onze cultuur, zoals bij Scruton en Gauchet kan eveneens een belangrijk element zijn.
Maar natuurlijk is er niets dat ons verzekert dàt het Westen zijn malaise kan overwinnen. In dat geval vrees ik dat Comte-Sponville een waardige afsluiter is voor deze blog: “Notre société pourrait subsister, mais s’en serait fini de notre civilisation. Rappelons tout de même qu’on n’a jamais vu de société sans civilisation » (André Comte Sponville, Le capitalisme est-il moral ? Albin Michel, Paris, 2004, blz. 37).

Geen opmerkingen: