maandag 31 maart 2008
Westerse genoegzaamheid
« Als er redenen zijn om de drie auteurs die in dit boek centraal staan te herlezen [Merleau-Ponty, Sartre en Camus], dan is dat niet omdat de oude linkse ideologieën moeten worden hersteld, maar omdat zij met een blik de westerse maatschappijen aanschouwden, die de interne terreur van de westerse zelfgenoegzaamheid zichtbaar wil maken.”
“’Fight Evil with Good’ sprak Bush toen de resten van de Twin Towers nog nasmeulden. Hoe eenvoudig deze woorden ook klinken, de huidige reactie op het terrorisme maakt vanuit de behandelde reflecties steeds opnieuw dezelfde desastreuze beperking: ze behandelt het terrorisme als een manifestatie van een ultiem Kwaad. De terreur van het eigen gelijk van het Westen wordt daarmee onzichtbaar. De wereld wordt zo voorgesteld als een universum dat in twee onverzoenlijke partijen verdeeld is: de goeden en de kwaden. […] Wat de goede mensen vergeten, om het met Sartre uit het voorwoord van Les damnés de la terre te zeggen, is dat zij hun samenleving hebben gebouwd ten koste van de mensen die zij reeds lang hebben uitgesloten.”
”De kiem voor de terreur wordt gelegd in een rechtvaardigheid die zichzelf zuiver acht en zich in de wereld wil doen gelden. Aldus wordt de prediking van de goeden een legitimatie van een repressieve terreur.”
REFERENTIE
Ruud Welten, Sartre, Camus en Merleau-Ponty over terreur en terrorisme, Klement, 2006,
het eerste citaat blz. 155, het tweede blz. 158, het laatste blz. 159.
COMMENTAAR
Terreur en terrorisme zijn natuurlijk complexe aangelegenheden met paradoxale elementen.
Een van de paradoxen is m.i. dat we onszelf verzwakken door een eenzijdige zelfkritiek (zie hierover mijn blogs over Frank Furedi), maar dat we anderzijds zoals blijkt uit de hierboven aangehaalde citaten blind blijven voor een aantal elementen in onze samenleving die ons terecht kunnen verweten worden.
Wat de buitenlandse politiek betreft geeft Noam Chomsky in zijn lezing kort na 9/11 een mooi overzicht van wat terecht aan de westerse buitenlandse politiek kan verweten worden.
(Noam Chomsky, The New War against Terror, October 18, 2001, www.zmag.org/GlobalWatch/chomskymit.htm, specifiek op blz. 15.)
De lijst moet ondertussen nog met de aanval op Irak aangevuld worden. Kortom, wij kunnen er niet met een gerust gemoed van uitgaan dat ‘onze’ Westerse leiders een coherente buitenlandse politiek voeren. Zoals Robert Fisk onlangs schreef naar aanleiding van deze desastreuze oorlog: ‘Onze aanvoerders, die kleine mannetjes, waren niet op de hoogte van de geschiedenis, of die kon hen gestolen worden’ (Robert Fisk in De Morgen, 22/3/2008, De Gedachte, blz. 18 “De enige les die we ooit hebben geleerd, is dat we het echt nooit zullen leren”.)
Ook de BBC documentaire The Power of Nightmares. The Rise of the Politics of Fear. (Adam Curtis, 2004) is niet van aard het vertrouwen in onze politieke leiders te vergroten. Ik weet dat dit allemaal vooral gaat over de US en Groot-Brittannië, maar voor de rest is de Westerse buitenlandse politiek op dit vlak eerder verwaarloosbaar.
Verder kan er op maatschappelijk vlak m.i. niet geloochend worden dat het zeer waardevolle project van de ontwikkeling van het individu grotendeels doorgeslagen is in de richting van een oppervlakkig consumentisme. Dana R. Villa verwoordt het als volgt:” Moral individualism – the belief in individual human dignity which grounds the morality of rights – was confused or conflated with the sheer selfishness encouraged by the market.” Dana R. Villa, Politics, Philosophy, Terror. Essays on the Thought of Hannah Arendt, Princeton University Press, 1999, blz. 12.
Als er al een oplossing zou bestaan voor de westerse malaise, zal die waarschijnlijk enerzijds moeten bestaan in een opnieuw positievere omgang met eigen waarden, instellingen en geschiedenis, zonder echter een gezonde zelfkritiek te schuwen. Zelfonderzoek en kritiek zijn belangrijk, maar die wil niet zeggen dat wij nu plots de ‘slechten’ zijn er de anderen de ‘goeden’. Die categorieën zijn allen verwarrend en verarmend als men over de geschiedenis en de internationale heeft. De meeste landen en of beschavingen hebben positieve en negatieve bijdragen geleverd. En als het Westen tot zelfkritiek overgaat mag ook wel hetzelfde verwacht worden van de ‘buren’. De Islam is vaak kampioen in het zien ‘van de splinter in het oog van de andere, maar niet de balk in het eigen oog’. Enige zelfkritiek zou daar ook op haar plaats zijn. De kolonisatie door het Westen legt niet alléén uit waarom de meeste islamitische landen een puinhoop zijn: het Westen heeft ook grote delen van het verre oosten gekoloniseerd, maar die landen hebben op zulke manier gereageerd dat ze die kolonisatie glansrijk hebben kunnen verwerken.
Hoe een ‘herwaardering’ van Westerse waarden moet gebeuren of er zou kunnen uitzien weet ik uiteraard niet. Een bijkomend probleem is dat ‘herwaardering van waarden’ vaak gebeuren vanuit een conservatieve en krampachtige hoek, zodat ze vaak weinig inspirerend is voor een samenleving in haar geheel. Wat de neoconservatieven in de US nastreefden lijkt ver van ideaal.
Wij hebben geen conservatisme nodig, maar een Renaissance!
Klinkt wel mooi, maar hoe dit concreet moet gebeuren…
Eenzaamheid en frustratie
« Since September 11 it has become increasingly difficult to ignore the fact that the treats of terrorism is not just an external but also a domestic problem. The difficulties that political leaders have in spelling out ‘our’ way of life acquires momentous significance in relation to the flourishing of anti-Western movements on domestic front.”
“ It is difficult to avoid the conclusion that, at least for some people living in the West, their society’s way of life appears repulsive.”
“The dynamic of individualisation has encouraged fear to be experienced in a fragmented and atomized form. […] We fear alone because of the difficulties that we have in constructing a moral consensus about the threats facing our communities. We all attempt to make sense of those threats, but the fragmentation of moral consensus has formed individuals to look for their own sense of meaning. The weakening of shared values fragments the quest for meaning. In turn the fragmentation of the search for meaning privatises it and lends it an individualised character. A quest that is so private often looks for personal solutions and meanings. That is why psychology and therapeutics have emerged as a dominant paradigm through which meaning is bestowed on our experience. Therapeutics is oriented to the experience of atomized individuals and tries to give meaning to the experience of the isolated individual”
REFERENTIE
Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Continuum, Londen, 2007, eerste citaat blz. 93, tweede citaat blz. 95, derde citaat blz. 100 – 101.
COMMENTAAR
Dit citaat ligt in de lijn van mijn vorige blog over Hannah Arendt die eenzaamheid beschouwt als een van de voedingsbodems voor terrorisme gepleegd door ontwortelde individuen, en over de wrevel die bij sommigen bestaat over onze eigen samenleving. De toestand is m.i. als gevolg van 9/11 en de desastreuze inval in Irak ondertussen nog sterk verslechterd sinds Arend haar analyse maakte.
Eenzaamheid als voedingsbodem voor terrorisme
“Perhaps Arendt’s most penetrating insight of all is the correspondence between the mental needs and the capacities of the truly lonely and the form of ideology itself, which at one satisfies the needs […] Yet Arendt’s own analysis of loneliness is a condition which can arise in numerous ways; she refers to loneliness as “one of the few fundamental experiences of every human life. […]
We must take a broad view of loneliness, for today the long term danger that ideologically driven terrorism will turn into a totalitarian movement rest in no small part on whether or not there are enough people prepared to identify themselves with […] and ideology of the terrorists. Simply because social structures and standards of living appear differently in today’s world than they did in the troubled areas in 1920s and ‘30s Europe, we should not assume that the people are not suffering from a form of oppressive world-alienation, that they have not lost confidence in national and international institutions, and that they are not cut off from hopefulness. The ground in which the seeds of terror take root is the humus of lonely souls. If we follow Arendts’ analysis, we should not view the choice between combating terrorists and terroristic ideology, on the one hand, and offering people hopeful engagement through the promotion of just institutions, national and civic rights, on the other hand, as a stark dichotomy that is sometimes presented to be. We are today called on to do both, for though loneliness as uprootedness and superfluousness is not the cause of ideological violence, as some maintain, it is the corresponding psychological base through which the spirit of ideological violence gains life and power.”
REFERENTIE
David Zinn, Hannah Arendt: Ideology and Terror in Totalitarian Movements, in: Kem Crimmins and Herbert De Vriese (eds.), The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. 178 – 179.
COMMENTAAR
Deze passage, die komt uit het besluit van bovenvermeld essay over Hannah Arendt, ligt in de lijn van wat Frank Furedi en Bill Durodié vermelden als de crisis en malaise in het westers denken: die staat niet los van enerzijds onze gevoeligheid voor de dreiging van terrorisme en anderzijds van het feit dat sommige mensen zich aangetrokken voelen door extreme groeperingen die via terrorisme het westen willen treffen. Deze laatsten handelen dan niet met een concreet positief maatschappijconcept voor ogen, maar uit loutere frustratie en ressentiment. (over Furedi en Durodié: zie sommige van mijn andere blogs).
In zijn essay citeert David Zinn een passage van Arendt uit The Origins of Totalitairianism: “What proved so attractive was that terrorism had become a kind of philosophy through which to express frustration, resentment, and blind hatred, a kind of political expressionism which used bombs to express itself…” (David Zinn, blz. 159 en verwijzing op dezelfde bladzijde).
In die zin ben ik het eens met David Zinn dat bestrijding van terrorisme en het streven naar meer ‘welbehagen’ in onze eigen cultuur allebei essentieel geworden zijn. Hoe dit laatste concreet moet gebeuren is geen gemakkelijke vraag, en het zal zeker niet over een nacht ijs verlopen.
De perceptie van het gevaar voor terrorisme
CITAAT
Hierna volgen een aantal citaten van het nieuwe boek van Frank Furedi: Invitation to Terror.
Achter elk citaat wordt de bladzijde van het boek tussen haakjes vermeld.
“Thankfully the belief that we live in a new era of terrorism that is characterised by an unprecedented threat to human security is not sustained by the experience of the past decade.[…] Yet the perception of an all-powerful non-conventional foe that threatens life in Western societies is widespread. So how is that public encouraged to make sense of the threat of terror?” (blz. 6)
“Warnings about the omnipresence of terrorism are constantly reproduced throughout every sector of life. By their very ubiquity they give the impression that no one is safe. […] Such warnings are continually reinforced by the message that it is only a matter of time before terrorists will strike a devastating blow on unsuspecting civilians.The very manner in which the threat of terrorism is formulated conveys a mood of helplessness and fatalism. Official alerts betray more than a hint of defeatism since they insist that unlike other violent threats to people’s security acts of terrorism cannot be prevented.” (blz. 8)
“The conviction that terrorists can strike at will expresses a surprising degree of anxiety about the resilience and capacity of society to deal with these threat. What is striking about the threat assessments made by political leaders and their officials is the lack of confidence they have in the resilience of their own institutions and people. Rather than seeing technology and prosperity as resources that can be mobilized against terrorism, policy-makers and security analysts interpret them as a source of vulnerability.” (blz. 12)
“According to Bush, it was the very condition of an open democratic industrial society that served to render the US vulnerable to terrorism. He stated:
The characteristics of American society that we cherish – our freedom, our openness, our great cities and towering skyscrapers, our modern transport systems – make us vulnerable to terrorism of catastrophic proportions. America’s vulnerability to terrorism will persist long after we bring justice to those responsible for the events of September 11.
Bush’s association of freedom and prosperity with a disposition to vulnerability reveals a radical reversal of the way that modern, relatively open industrial societies make sense of themselves. In previous times democracy and industrial might were associated with national power. These dimensions of a modern democratic society were seen as a source of strength and flexibility. That these features of American life are now regarded as markers of vulnerability is testimony to a defensive and confused response to the threat of terrorism.
[…] This vulnerability-led perspective tends to regard society one-sidedly as a target, and people as victims. Such an orientation tends to focus on the task of avoiding losses rather than looking for opportunities for taking the initiative.” (blz. 14).
REFERENTIE
Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Continuum, Londen, 2007.
COMMENTAAR
Bovenvermelde citaten spreken voor zichzelf. Ik vind ze belangrijk, omdat ze wijzen op reacties van onze samenleving die, zonder dat we het beseffen, onze weerbaarheid vermindert en ons zelfbeeld aantast, wat een probleem vormt dat verder reikt dan angst voor terrorisme. Er zullen wel verschillen bestaan tussen hoe angst en terreur ervaren worden langs beide kanten van de Atlantische oceaan, maar wat Furedi schrijft lijkt mij ook op Europa van toepassing. Wanneer ik de laatste jaren in Parijs kom om musea en tentoonstellingen te bezoeken, wordt ik aan de ingang van elk museum steeds geconfronteerd met een ‘veiligheidpost’ waar zakken gefouilleerd worden en de bezoekers door een soort poort moeten die metalen detecteert (zoals op een vliegveld). In de ‘Jardin des Tuilleries’ patrouilleren soldaten met machinegeweer aan de arm. Waarom niet nog zandzakken en afweergeschut? Ik heb niets tegen een verhoogde graad van alertheid, maar de opzichtigheid ervan veroorzaakt m.i. die sfeer van ongerustheid en kwetsbaarheid waar Furedi het over heeft. En dat terwijl Frankrijk niet in de oorlog met Irak betrokken is.
In Londen is er gelukkig minder opzichtig machtsvertoon, wat niet wil zeggen dat er geen alertheid voor terrorisme zal bestaan. Er zijn bijvoorbeeld geen controles als men een museum binnenstapt. (Wel was er vorig jaar een controlepost bij het verlaten van het Victoria and Albert museum, omdat er teveel objecten uit het museum verdwenen waren…Britse humor?)
Het is belangrijk dat erop gewezen wordt dat onze reacties niet evident noch neutraal zijn, en dat we dreigen te verzanden in een spiraal van angst en fatalisme. Ik beweer ook niet dat ik daarboven sta of die gevoelens niet ervaar, maar het is m.i. noodzakelijk dat die ‘malaise’ wordt gezien en de redenen ervoor worden onderzocht. Als we onze kwetsbaarheid blijven benadrukken en zelfs de verwezenlijkingen van onze samenleving als kwalen of gevaren gaan ervaren, zullen we niet veel meer hebben om op te vertrouwen. En zonder vertrouwen is geen samenleving mogelijk.
Waarschijnlijk ligt het probleem bij het ontbreken van zin of van een kader waarin onze ervaringen passen. Hierop gaat Furedi verder in. Ik hoop hierop te kunnen terugkomen in een volgende blog.
technologie en globalisering
De citaten komen uit het essay van Arthur Cools Terror and terrorism (zie: verwijzing). Achter elk citaat heb ik de bladzijde uit het boek vermeld.
“First of all, it is not just the idea of freedom that transforms the world, but there is another universality, namely the impersonal universality of technology, that dominates the actual world in a much more powerful and destructive way.” (blz. 42)
“As a non-spiritual universality, technology directly confronts the Hegelian idea of freedom, for technology is indifferent to freedom’s goal.” (blz. 43)
“The specific way in which technology is transforming the world can be briefly summarised by the following three features. First technology works without requiring that human beings are personally involved. Second, technology works without localising and contextualising its products and benefits. Third, technology creates a neutral no man’s land of exchange and know-how without requiring that cultural differences are respected. To coin three words that capture the way in which the material universality of technology undoes the spiritual idea of freedom: technology, by its very essence, depersonalizes, deterritorializes and deculturalizes.
Particularity is sacrificed in favour of a universality that constitutes no meaning.” (blz.44)
Over de mogelijkheden van de filosofie: “it can also indicate the direction in which it is possible to formulate a positive answer: faced with the indifferent and globalized effectiveness of technology that deprives us of the means of coping with a terror in the human nature itself, the task of philosophy consists in appealing to all this attitudes which express the vulnerability of the meanings without which we are unable to understand ourselves, the other and the world. In this sense, there is a positive task for philosophy, namely, to defend a notion of the spiritual that is constantly being neutralised by technology, a notion that can only make a difference if that neutralisation is resisted.” (blz. 50).
REFERENTIE
Arthur Cools, Terror and terrorism, A Necessary Confusion, in: Kem Crimmins and Herbert De Vriese (eds.), The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz 35 – 52.
COMMENTAAR
Ik heb weinig toe te voegen bij bovenvermelde citaten.
De eerste twee citaten heb ik opgenomen omdat zij duidelijk maken dat waar Hegel de vrijheid van de mens als bron van verandering zag, deze laatste nu veroorzaakt wordt door de technologie…die in grote mate juist aan de mens ontsnapt en een systeem vormt dat hem domineert.
De volgende passage heb ik opgenomen omdat ik voornamelijk belangstelling heb in de ‘malaise’ van de westerse beschaving, die een voedingsbodem is voor onze (over)gevoeligheid voor angsten en terreur. Zie hierover mijn blogs over Frank Furedi.
Het is duidelijk dat technologie hier een belangrijke rol speelt. Niet dat ik terugwil naar het stenen tijdperk! Technologie heeft natuurlijk geweldige verwezenlijkingen op haar palmares. Het is echter belangrijk ook de ongewilde effecten ervan onder ogen te zien, en na te denken over mogelijke oplossingen hiervoor.
Belangrijk in het essay zijn ook de passages over terrorisme als reactie tegen aliënatie (blz. 44) en de gelijkenissen tussen technologie en terrorisme (blz. 49).
Hegel en de absolute (negatieve) vrijheid
“Characteristic of modern age, according to Hegel, is the cultural transformation generated by the idea of freedom taking over the power of tradition and religious practices. What is this transformation? Simply put, the idea of freedom determines the essence of politics. Freedom is the idea by which human beings become conscious of creating the world in accordance with their own will. […] In other words, when freedom becomes the principle of politics, there is no longer a dependence on an external object that cannot be transformed into a means submitted to the purpose of the realisation of a free world […] Consequently, in its very essence, the idea of freedom reveals itself as something ‘absolute’. The immediate realisation of absolute freedom in the political sphere, however, expresses itself as pure negativity, as radical overcoming. When this happens, the idea of freedom becomes the ultimate source of terror. […] The reason for this inversion is that the idea of absolute freedom is just an abstraction without positive content. “
REFERENTIE
Arthur Cools, Terror and terrorism, A Necessary Confusion, in: Kem Crimmins and Herbert De Vriese (eds.), The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. 39, mijn cursivering
COMMENTAAR
Hegel beschouwde de terreur die plaatsvond naar aanleiding van de Franse Revolutie als een gevolg van een politieke vrijheid die beleefd werd als een absolute vrijheid, een vrijheid die door niets of niemand beperkt kon worden. Men wou een ‘tabula rasa’ doorvoeren en het ‘Ancien Régime’ volledig vernietigen. Hegel beschouwde deze absolute vrijheid als zuiver negatief en destructief, omdat ze niet gericht was op iets anders dan zichzelf. De vrijheid zou maar constructief worden wanneer ze gericht wordt op het ontwerpen van een morele samenleving.
Deze analyse van de absolute vrijheid die in haar essentie zuiver negatief en destructief is lijkt mij waardevol, niet alleen op politiek vlak, maar ook op vlak van de persoonlijke ontwikkeling van de mens.
Deze analyse van de vrijheid verklaart gedeeltelijk de malaise die bijvoorbeeld Frank Furedi en Bill Durodié in de westerse samenleving waarnemen.
De Canadese filosoof Charles Taylor wijst op twee belangrijke momenten in de ontwikkeling van een vrije persoon: een moment waar men zich moet bevrijden van een aantal beperkingen die de vrijheid inperken of onmogelijk maken (negatief moment) en een moment waar men die vrijheid kan beleven gericht op een specifiek constructief doel (positief moment).De vrijheid die een doel op zich blijft, is leeg. In onze tijd wordt m.i. de ‘negatieve’ vorm van vrijheid overbeklemtoond, met als gevolg dat veel mensen niet meer betrokken zijn op iets anders dan hun vrijheid, wat een van de aanleidingen is van wat Taylor ‘de malaise van de moderniteit’ noemt.
Zoals Lipovetsky schrijft: ” Traversant seule le désert, se portant lui-même sans appui transcendant, l’homme d’aujourd’hui se caractérise par sa vulnérabilité ». Gilles Lipovetsky, L’ère du vide. Essais sur l’individualisme contemporain, 1983, blz. 67.
'Why do they hate us?', maar wie zijn 'they' en 'us'?
CITAAT
Hierna volgen een aantal citaten van het nieuwe boek van Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Furedi vermeldt dat hij veel heeft samengewerkt met Bill Durodie.
De volgende fragmenten gaan over terreur en terrorisme, en wie de ‘vijand’ is. Wat zijn de gevolgen hiervan zijn voor onze perceptie van onszelf, voor de eraan gekoppelde gevoelens van angst voor de toekomst, en voor onze weerbaarheid.
De eerste citaten gaan over “they”, de volgende over “us”.
Achter elk fragment heb ik tussen haakjes de blz. uit het boek vermeld.
THEY
“Western politicians on both sides of the Atlantic are still asking the same question: ‘Why do they hate us?’ British officials, stunned by disturbing evidence of home-grown terrorism, have never stopped asking themselves the same question. […] In its original inception, this book began as an attempt to engage with the question ‘Why do they hate us?’. However, after inspecting official statements and publications on the subject it became evident that it was far from clear who ‘they’ were. Even more unsettling was the realisation that from the available evidence, it was not at all obvious who ‘us’ was.” (blz. VII).
“Today, we have a global conflict that appears so confusing that we are not even certain what to call it. The failure to conceptualize the issues at stake is demonstrated by the absence of consensus around even what words to use to describe the meaning of the present conflict and the enemy. Suddenly, governments cease to speak about the War on Terrorism and talk about the Long War. The shift in terminology often betrays confusion about the issue at stake. Lack of clarity about what this war is about, who are the protagonists, its scope and duration dominates discussions on this conflict. Meaningless terms often represent an attempt to evade. In this case they express confusion and the inability to make sense of life in the twenty-first century.” (blz. VIII, mijn cursivering).
“The imprecise and incoherent manner with which the narrative of terrorism is communicated often appears as a problem of language. Questions have been raised about whether the term ‘war on terror’ has any precise meaning. Even supporters of the war on terror have reservations about using this term. A US senator, Rick Santorum, has remarked that to say ‘we are fighting a War on terror’ is ‘like saying World War II was a war on blitzkrieg’. He added that terror, like blitzkrieg, is a tactic used by our enemy, not the enemy itself”.
(blz. VIII – IX)
“Take the guidelines issued by the EU officials in April 2006 on the difficult questions of what words to use to describe the enemy. The guidelines suggested that the European governments should avoid the term ‘Islamic terrorism’ in favour of the Orwellian-soundinf phrase: ‘terrorists who abusively invoke Islam’”. (blz. XII)
“The enemy has acquired an increasingly diffuse and abstract character. Not for nothing does a Homeland Security Council planning scenario refer to the enemy as the Universal Adversary (UA). This is another way of saying that the enemy is the enemy. The concept of universal adversary also conveys the idea that anyone could be the enemy.
[…] Uncertainty about the identity of the enemy has led to scenarios where little is left to chance and virtually anyone can be represented as a potential foe. […] …with enemies like that it is difficult to feel secure.”
(blz. XIV, misschien zou onze universiteit moeten overwegen van naam te veranderen?).
US
“It is bad enough that we are not sure about who ‘they’ are that hate us. Unfortunately there is compelling evidence that we are far from certain about who or what constitutes ‘us’. Time and again we are confronted with disturbing evidence that not everything can be taken for granted on the home front. […] So, what binds ‘us’ together? As we outline in this book, the difficulty that Western societies have in accounting for themselves constitutes the nub of the problem. Attempts to outline what constitutes ‘our way of life’ or what values ‘we are defending’ tend to have an empty rhetorical character. […] yet if we are to understand the meaning of twenty-first-century terrorism, it is essential to have a clearer grasp of who we are expected to respond to this treat. This book is more about us than them, since it is our response that determines the impact of this problem.” (blz. XV)
“This book suggests that the question of ‘why do they hate us?’ tends to deflect attention from why society feels so uncomfortable with dealing with the threats that confront it. The existence of a physical threat of terrorism can not be denied. But the idea that terrorism represents an existential threat is the product of society’s inability to give meaning to human experience. It is a symptom of a society that has lost its way and lacks the intellectual and moral resources to deal with the routine threats that it faces. […] Maybe we should be asking the question, ‘Why do we hate ourselves?’”. (blz. XVI).
REFERENTIE
Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Continuum, Londen, 2007.
COMMENTAAR
De hierboven vermelde citaten lijken mij correct.
De eerste citaten heb ik vermeld omdat ik meen dat de vaagheid van de ‘war on terror’ en van het nagestreefde doel inderdaad een alomtegenwoordig en diffuus gevoel van onveiligheid hebben veroorzaakt in onze samenleving. Het is een belangrijk element, want deze gevoelens hebben een invloed voor onze graad van weerbaarheid, en dus voor de wijze wij onszelf en onze samenleving evalueren.
Mijn aandacht in deze blog gaat dus meer om wat ‘wij’ zijn en wat eventuele problemen van ‘onze’ problemen zijn, dan naar wie de vijand is.
In volgende blogs zal ik terugkomen op dit boek van Furedi, maar dan specifiek met het oog op wat wij misschien niet willen zien i.v.m. onszelf en onze beschaving. In die zin is dit boek van niet allen sociologisch, maar heeft het ook een filosofische dimensie.
de Tocqueville en de Algerijnse kwestie
de Tocqueville, de Franse schrijver die wereldberoemd is omwille van zijn boek "De la démocratie en Amérique" publiceerde in 1837 een interessante parabel over de verovering van Algerije door Frankrijk:
“Je suppose que l’Empereur de la Chine débarquant en France à la tête d’une puissante armée, se rende maître de nos plus grandes villes et de notre capitale. Et qu’après avoir anéanti tous les registres publics avant même de s’être donné la peine de les lire, détruit ou disperse toutes les administrations sans s’être enquis de leurs attribution diverses, il s’empare enfin de tout les fonctionnaires depuis le chef du gouvernement jusqu’aux gardes-champêtres, des pairs, des députés et, en général, de toute le classe dirigeante; et qu’il les déporte tous à la fois dans quelque contrée lointaine. Ne pensez-vous pas que ce grand prince, malgré sa puissante armée, se trouvera bientôt fort embarrassé pour administrer le pays conquis; que ses nouveaux sujets privés de tout ceux qui menaient ou pouvaient mener les affaires, seront incapables de se gouverner eux-mêmes, tandis que lui qui, venant des antipodes, ne connaît ni la religion, ni la langue, ni les lois, ni les habitudes, ni les usages administratifs du pays et qui à pris soin d’éloigner tout ceux qui auraient pu l’en instruire, sera hors d’état de les diriger? Vous n’aurez donc pas de peine à prévoir que si les parties de la France qui sont matériellement occupées par le vainqueur lui obéiront, le reste du pays sera bientôt livré à une immense anarchie. Vous allez voir que nous avons fait en Algérie précisément ce que je supposais que l’Empereur de Chine ferait en France ».
REFERENTIE
Alexis de Tocqueville, Lettre sur l’Algérie,uit 1837, geciteerd in : Xavier de La Fournière, Alexis de Tocqueville, Un monarchiste indépendant, Librairie Académique Perrin, 1981, blz. 197-198.
COMMENTAAR
Ik heb het citaat opgenomen omdat ik het een mooie tekst vind die een inzicht kan geven in het ontstaan van terreur (hier door de Franse bezetter) die een samenleving volledig kan ontwrichten. Het is weinig waarschijnlijk dat de huidige president van de Verenigde Staten van Amerika deze tekst gelezen heeft.
De verovering van Algerije werd ondernomen in opdracht van de Franse koning Charles X, die wilde aantonen dat het Frankrijk van de Restauratie ook na de val van Napoleon een militaire macht bleef. De verovering ging verder na de revolutie van 1830 die Louis-Philippe op de troon bracht. Door deze kolonisatie hebben heel wat Fransen en hun familie zich in Algerije gevestigd. Een later gevolg hiervan is natuurlijk de tragische Algerijnse kwestie: een aantal Fransen waren in Algerije geboren en getogen en voelden zich daar thuis, terwijl ze door de Algerijnen zelf gezien werden als bezetters. Deze laatsten gingen dan over tot terrorisme om de Fransen te verdrijven. Deze situatie wordt goed weergegeven in de film La bataille d’Alger uit 1966. Op Wikipédia staat een goede samenvatting met het volgende besluit:
“En conclusion, le film est tout sauf manichéen: chaque camps s’y bat avec les moyens dont il dispose. Le FLN pour faire face à l’armée française et démoraliser l’occupant, ne semble pas avoir d’autre choix que d’utiliser le terrorisme. L’armée française pour démanteler les réseaux et protéger ses ressortissants, ne semble pas avoir d’autre choix que d’utiliser la torture. Bref une guerre sale, trouble, comme l’a été la guerre d’Algérie ».
http://fr.wikipedia.org/wiki/La_Bataille_d’Alger_(film)
zaterdag 15 maart 2008
vage angst bevordert angst voor terreur
« In onze tijd fladdert de angst vrijelijk van het ene naar het andere probleem, zonder dat er en causaal of logisch verband tussen hoeft te bestaan.
Toen dominee Jerry Vines van de Southern Baptist in juni 2002 verklaarde dat Mohammed een ‘door de duivel bezeten pedofiel’ was en dat Allah moslims tot terrorisme aanzet, maakte hij handig gebruik van de grote sprongen die men nu in redeneringen kan maken dankzij de vage aard van die verhalen. Zo’n arbitraire associatie van terrorisme met pedofilie kan leiden tot een grotere angst voor beiden”.
REFERENTIE
Furedi, Cultuur van de angst, Meulenhof, 2006, blz. 31.
COMMENTAAR
Ik citeer deze passage omdat ik in vorige blogs de nadruk heb gelegd tussen vage en onbestemde angstgevoelens die overal aanwezig lijken in onze samenleving, en de rol daarvan i.v.m. onze gevoeligheid voor terroristische dreiging. Het is dus ter aanvulling.
Verlichting en onvermijdelijke terreur?
CITAAT
« Hegel’s Phenomenology leaves no doubt that it is precisely the rationality of the Enlightenment, crystallized in the notions of utility and absolute freedom, that unavoidably results in terror.”
REFERENTIE
Herbert De Vriese, Hegel: Absolute Freedom and Terror, in: Kem Crimmins en Herbert De Vriese, The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. 139.
COMMENTAAR
Zonder afbreuk te willen doen aan de grootheid van Hegel’s analyse en aan het belang dat hij i.v.m. terreur hecht aan ‘utility and absolute freedom’ ben ik er niet van overtuigd dat deze vruchten van de Verlichting onvermijdelijk terreur moeten veroorzaken.
Uiteindelijk is de Franse Revolutie die Hegel analyseert een specifiek gebeuren, gekoppeld aan de particuliere Franse samenleving waar deze revolutie ontstond (zeer hiërarchisch en gecentraliseerd, met een belangrijke plaats voor de katholieke kerk en haar macht), die bijvoorbeeld zeer sterk verschilde van het Britse Rijk..
Niets zegt dat met een Franse koning die een consistentere politiek zou gevolgd hebben, of bijvoorbeeld andere ministers zou gekozen hebben, de Revolutie niet op een andere of minder bloedige manier zou geëvolueerd zijn.
De Amerikaanse revolutie heeft toch ook plaatsgehad onder leiding van mensen die beïnvloed waren door Engelse en Franse Verlichtingsdenkers, en daar is toch geen ‘terreur’ uit voortgekomen.
Kortom: ik heb de indruk dat Hegel hier van een particulier gebeuren een universeel geldende wetmatigheid maakt, en ik ben niet overtuigd van de geldigheid ervan.
gevaar van absolute waarheden
« In contrast to a long cherished ambition, the philosophical maieutics gathered here do not aim at presenting a unified, absolute truth about terror(ism). In a time of terror(rism), the ideal of wisdom may be to give up pursuing final, absolute truths in favour of understanding the palpable disagreements of belief that seemingly sanction violent solutions.”
REFERENTIE
Kem Crimmins en Herbert De Vriese, Terror(ism) as a Philosophical Problem: Introduction to the ‘Reason’ of Terror’ in: Kem Crimmins en Herbert De Vriese, The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. XI.
COMMENTAAR
De gedachte dat er moet afgestapt worden van het zoeken naar een finale, coherente en alomvattende waarheid vind ik zeer belangrijk voor de problemen van deze tijd. Even belangrijk is wellicht dat veel mensen zich nochtans juist vastklampen aan het ideaal of waanbeeld van één absolute waarheid als reactie tegen de onzekerheid en de angst die ze voelen opkomen bij de idee dat een eenduidige en harmonieuze waarheid misschien niet zou bestaan. Het ideaal van een harmonieuze, coherente en absolute waarheid heeft lang bestaan in de Westerse wijsbegeerte. De Britse filosoof Isaiah Berlin bijvoorbeeld vertrok ook van die evidentie. Interessant is zijn verhaal hoe het lezen van Macchiavelli hem plots deed inzien dat zulke contradictieloze waarheid niet evident is. Ik laat hem aan het woord: “At a certain stage in my readings, I naturally met with the principal Works of Machiavelli. They made a deep and lasting impression upon me, and shook my earlier faith[…]. Machiavelli was not a historicist: he thought it possible to restore something like the Roman Republic or Rome of the early Principate. He believed that do this one needed a ruling class of brave, resourceful, intelligent, gifted men who knew how to seize opportunities and use them […] But Machiavelli also sets, side by side with this, the notion of Christian virtues – humility, acceptance of suffering, unworldliness, the hope of salvation in the afterlife – and he remarks that if, as he plainly himself favours, a state of a Roman type is to be established, these qualities will not promote it. […] He merely points out that the two moralise are incompatible. […]he combination of virtu and Christian values is for him an impossibility.” Isaiah Berlin, The pursuit of the ideal, in: Isaiah Berlin, The Crooked Timber of Humanity. Chapters in the History of Ideas, Pimlico, Londen, 2003, blz. 7-8.
Een ander voorbeeld van tegenstrijdige waarden zijn bijvoorbeeld de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid en gelijkheid. Er bestaat niet persé een harmonieuze verhouding tussen beiden.
Berlin vat dit mooi samen: “The notion of the perfect whole, the ultimate solution, in which all good things coexist, seems to me to be not merely unattainable – that is a truism – but conceptually incoherent; I do not know what is meant by a harmony of this kind. Some among the great good cannot live together. That is a conceptual truth. We are doomed to choose, and every choice may entail irreparable loss.” Isaiah Berlin, ibidem, blz. 13.
Het feit dat het bestaan van één absolute harmonieuze waarheid een mythe of een waanbeeld
is, is echter niet noodzakelijk slecht nieuws. Want juist het rotsvast geloof in een harmonieuze en spanningloze betere wereld heeft vaak met de beste bedoelingen onnoemelijk leed veroorzaak.
Berlin opnieuw: “Utopias have their value – nothing so wonderfully expands the imaginative horizon of human potentialities – but as guides to conduct they can prove literally fatal. Heraclitus was right, things cannot stand still. So I conclude that the very notion of a final solution is not only impracticable but, if I am right, and some values cannot but clash, incoherent also. The possibility of a final solution […] turns out to be an illusion; and a very dangerous one. For if one really believes that such a solution is possible, then surely no cost would be to high to obtain it: to make mankind just and happy and creative and harmonious for ever – what could be too high a price to pay for that?” Isaiah Berlin, ibidem, blz.15, mijn cursivering.
Ik vind deze passage belangrijk, omdat die ook uitlegt waarom iemand als Robespierre zich heeft laten verleiden tot het instellen van de terreur. Robespierre was immers een integer en idealistisch man, die geloofde in een gouden toekomst die voor de eerste keer in de geschiedenis bereikbaar bleek.
Zonder de ernst van het leed van de terreur die de Franse revolutie heeft veroorzaakt, vind ik de selectieve verontwaardiging over het aantal slachtoffers ervan vaak verwonderlijk. De Franse koning Louis XIV heeft bloedige oorlogen uitgevochten uit machtswellust om zijn territorium te vergroten, die buiten de militaire slachtoffers ook afschuwelijke levensomstandigheden en hongersnoden voor de boerenbevolking ten gevolgen heeft gehad. Frederic de Grote van Pruisen is ‘groot’ omdat hij vernietigende oorlogen heeft gevoerd om Pruisen te vergroten. Napoleon I baadt in een zee van bloed, en is nochtans beroemder dan zijn neef Napoleon III, die een hekel had aan veldslagen. Overal staan standbeelden van die mensen.
Naar mijn weten staat er nergens een standbeeld van Robespierre…
Tot besluit: ik denk dat het belangrijk is in te zien dat absolute waarheden niet bestaan, en dat de mens op pragmatische en voorzichtige wijze moet trachten een precair en voorlopig evenwicht na te streven. Terreur en terrorisme worden vaak veroorzaakt door personen die overtuigd zijn van één waarde, die kost wat kost willen opleggen, en andersdenkenden diaboliseren. Dit geldt m.i. bijvoorbeeld zowel voor Bush als voor Bin Laden e.a. van dat kaliber, die niet kunnen leven met een complexe en ambigue mens en werkelijkheidbeeld.
woensdag 5 maart 2008
Negatief mensbeeld in het Westen en de gevolgen hiervan
CITAAT
“ It would be remiss to ignore the growing influence of a significant degree of what some have identified as a culture of self-loathing in the developed world. If one wants to discover anti-American views coherently expressed, or people who reject the benefice of science, progress and modernity, then one need not look far to find them. Such opinions are all around us.”
“Western society today is replete with individuals and institutions that appear determined to criticize and undermine human achievements”
REFERENTIE
Bill Durodié, Fear and terror in a Post-political Age, in: Government and Oppinion, Vol.42, eerste citaat blz. 434 en tweede citaat blz. 435.
COMMENTAAR
Het artikel van Bill Durodié vond ik zeer interessant, vooral omdat het ‘ons’ met de neus op feiten drukt die wij niet altijd graag zien. Veel westerlingen hebben een negatief beeld gekregen van de westerse beschaving, al dan niet vergezeld van schuldgevoelens, en hebben zelf een negatief beeld van de mens zelf en zijn mogelijkheden.
Dit alles is ver van onschuldig, en kan vergaande gevolgen hebben. Ik citeer hier drie maal Frank Furedi, die ik al ter sprake bracht in een van mijn eerste berichten op deze blog:
“Angst heeft een groot maatschappelijk aanzien gekregen en wordt aan het begin van de eenentwintigste eeuw ook aangewakkerd door een ongehoord wantrouwen tegen de menselijke soort” in: Frank Furedi, Cultuur van de angst, Meulenhof, 2006, blz. 15, mijn cursivering.
“Misantropie heeft inmiddels een diepgaande invloed op het politieke leven en het politiek debat” in: Frank Furedi, ibidem, blz. 18.
“Onze kijk op de mensheid is echt heel belangrijk. […] Het huidige cultureel pessimisme en de culturele verwarring voorkomen dat de menselijke verbeeldingskracht de uitdagingen die voor ons liggen bij de horens vat. Al dat gezwam over het overleven van de mensheid is alleen maar de uitdrukking van ons geschokte vertrouwen in de mens. Waar het echt om gaat is niet of de mensheid kan overleven, maar of ons vertrouwen in de mens de eenentwintigste eeuw ongeschonden door kan komen. […] Dit boek gaat over de onwil binnen onze samenleving om positief om te gaan met risico’s”. in: Frank Furedi, ibidem, blz. 20.
Ik vind deze citaten belangrijk, omdat de sfeer van angst die ons omringt ons misschien overgevoelig maakt voor de dreiging van terrorisme, en ons ook verhindert er op een rationelere manier mee om te gaan. Dit is wellicht een gevolg van een doorgedreven individualisering (waar ik ook niet aan ontsnap, het is niet omdat ik die analyse interessant vind dat de erin beschreven problemen niet op mij van toepassing zouden zijn). Bill Durodié schrijft hierover: “The erosion of collective forms of social associations, both in the formal and the political convictions and participation, as well as in the informal sphere of everyday life, has a dramatic impact upon how people view themselves and the world around them”, in: Bill Durodié, o.c., blz. 439.
Kortom: er zijn m.i. een aantal elementen die wijze op een objectieve dreiging van terreuraanslagen (er hebben wel degelijk aanslagen plaatsgevonden), maar onze overgevoeligheid voor dit gevaar ligt waarschijnlijk voor een deel bij onszelf. Dit heeft waarschijnlijk ook gevolgen voor het probleem van de ‘integratie’ van migranten, want het is paradoxaal aan migranten te vragen zich te ‘integreren’ in een samenleving die twijfelt aan haar eigen waarden en aan haar kansen op voortbestaan.
Waar Furedi de vraag stelt of ons vertrouwen in de mens de 21° eeuw kan overleden, zou mijn antwoord zijn dat dit vertouwen reeds in de 20° eeuw ter ziele is gegaan. De zinloze slachting van WO I, het nazisme in het hoogontwikkelde Duitsland, de communistische en stalinistische zuiveringen, de ‘culturele revolutie’ in China enz., enz… hebben, vrees ik, het voor ons niet gemakkelijk gemaakt om nog te geloven in de potentialiteit van de mens. In de voorvermelde feiten werd helaas ook vaak het idealisme van de mens misbruikt, vele mensen zijn er met enthousiasme ingetuimeld, en hebben vaak een zware prijs moeten betalen. Zelf ben ik blij na 1950 geboren te zijn, ik heb niet de kans gehad in sommige dromen of waanbeelden te trappen.
Ik deel de bezorgdheid van Durodié en Furedi, over ‘self-loathing’ of een negatief beeld van de mens, maar het is niet daarom dat ik redenen tot een optimistischer visie vind. Misschien zit ik teveel vast in het negativisme dat Furedi aanklaagt. Misschien is het beter een positiever mensbeeld te hebben, maar het is nog niet daarom dat dit mensbeeld daarom persé correcter is. Het doet mij een beetje denken aan Kant die in zijn KpV God erbij haalt om ervoor te zorgen dat de moreel handelende mens niet in de kou blijft staan. Een mooie gedachte, maar het is niet daarom dat men erin kan of moet geloven.
In elk geval: het negatief mensbeeld dat aanwezig is in het westen, correct of overtrokken, speelt m.i. een rol in onze angst en in onze gevoeligheid voor een terroristische dreiging.