dinsdag 13 mei 2008

De algemene lijn van deze blog

Citaten:

“What in the West is radicalising individuals?
The key is […] what it is about our own societies and culture that fails to provide aspirational, educated and energetic young individuals with a clear sense of purpose and collective direction through which to lead their lives and realise their ambitions, so that they look for it elsewhere – including, for some, among various arcane and distorted belief systems.”

“It is this cultural malaise and pessimistic outlook that forms the backdrop, and inevitably shapes, contemporary terrorism. […] The uncertainty of our times has led to view human action with concern, encouraging a destructive misanthropy that has been acted upon by some who view themselves as particular victims. It is this dominant dystopian culture, which is our own, that needs to be addressed if we are to defeat terrorism.”

“Het wordt de hoogste tijd dat we aan de constructie van een nieuw humanisme beginnen zonder God, kerken of dogma’s, zonder fanatisme of nihilisme, maar dat aan het blijkbaar onuitroeibare verlangen van de mensen naar materiële en spirituele ontplooiing beantwoordt. Indien we daar niet in slagen ligt de weg naar fundamentalisme, charlatanerie en ‘omfloerst irrationalisme’ wijd open, en we weten uit de geschiedenis wat daar de gevolgen van kunnen zijn.”

Referenties:

De eerste twee citaten komen uit: Bill Durodié, Home-grown nihilism – the clash within civilisations, tekst op BB betreffende het congres van 29/2/2008 ‘What is a Time of Terror’, eertse citaat blz. 125, tweede citaat blz. 127.

Het laatste citaat komt uit: Ludo Abicht, Radicale Verlichting, Christendom en Spiritualiteit, in: Streven, mei 2008, blz. 411.

Commentaar:

Naar aanleiding van deze citaten wil ik trachten de hoofdlijnen van deze blog samen te vatten. Het thema is ‘Filosofie en terreur’. M.i. kan filosoferen over terreur alleen zinvol gebeuren als er ook gebruik wordt gemaakt van andere wetenschappen, zoals sociologie, geschiedenis en politieke geschiedenis. Ook die filosofen die over terreur geschreven hebben deden dat vanuit de betrokkenheid op bijvoorbeeld politiek en geschiedenis: Machiavelli (het verdeelde ‘Italië’ van zijn tijd), Hegel (de Franse revolutie), Camus en Sartre (de Algerijnse problematiek) en Arendt (de totalitaire regimes van de vorige eeuw).
De problemen i.v.m. terrorisme in onze tijd zijn enerzijds te wijten aan internationale politiek (spanningen tussen de verschillende machtsblokken en ‘culturen’) maar anderzijds ook aan problemen en spanningen binnen de westerse samenleving zelf. Het is vooral dit laatste aspect dat mij in deze blog heeft beziggehouden, vandaar mijn belangstelling voor bijvoorbeeld Furedi en Durodié die deze problemen ‘sociologisch’ benaderen. Toch gaan ze m.i. verder dan een beschrijvende sociologische activiteit. Ze zouden zich tevreden kunnen stellen met de effecten van terrorisme op onze samenleving te beschrijven, maar ze gaan verder dan dat, wat hun reflectie m.i. een filosofische dimensie geeft. Zij problematiseren het gangbare discours over de ‘time of terror’, en ze thematiseren een aspect van terreur en terrorisme dat doorgaans weinig aandacht krijgt, nml. de angst en het onbehagen in onze westerse samenleving. Het is dit eerder filosofisch aspect van hun onderzoek dat mij vooral aanspreekt.

Het onbehagen dat het Westen kenmerkt is m.i. een gevolg van de ontmaskering van de gewelddadige aspecten van onze geschiedenis, en vooral van de kolonisatie en de nu nog steeds verder bestaande uitbuiting van arme landen door rijkere (niet allen westerse) landen.. In die bewustwording heeft Sartre een belangrijke rol gespeeld. In die zin heeft Sartre misschien onze samenleving verzwakt, hoewel het ook pleit voor onze beschaving dat ze haar eigen critici voortbrengt. Hierin lijkt het westen vrij uniek.

Camus en Arendt hebben benadrukt dat terrorisme het gevolg kan zijn van eenzaamheid en wanhoop. Deze laatste kenmerken hoeven niet altijd het gevolg van armoede en uitbuiting te zijn, zoals wordt aangetoond door een aantal terroristische daden die gepleegd werden door eerder welstellende mensen uit de westerse samenleving, die echter de waarde of zin van deze samenleving niet meer zien. Wat in verband kan gebracht worden met de analyses van Furedi en Durodié.

Hegel’s analyse van het terrorisme als een gevolg van het nastreven van absolute vrijheid lijkt mij ook op menselijk vlak waardevol. Hegel beschouwde het verabsoluteren van de vrijheid als doel op zichzelf als een negatieve, destructieve vrijheid, die de terreur als gevolg heeft gehad. Die negatieve vrijheid kan volgens hem maar ‘overwonnen’ worden voor zover deze vrijheid ten dienste kan staan van een constructief doel buiten zichzelf. Ook Camus was wantrouwig tegen het verabsoluteren van de vrijheid als enig doel. Waar beide filosofen het misschien vooral over het politieke aspect hebben, geldt hun analyse m.i. ook op menselijk vlak. Zoals filosofen zoals Berlin, Taylor en Todorov uitvoerig behandeld hebben is er een verschil tussen een vaak noodzakelijk moment van negatieve vrijheid (zich vrij maken van) en een constructief moment (zich vrij maken voor) waarin die vrijheid aangewend wordt ter verwezenlijking van een ander doel. Het is wellicht op dit laatste vlak dat het schoentje in het hedendaagse westen wringt, zowel collectief als individueel.

Mijn conclusie is dat als het Westen uit deze crisis wil geraken, crisis waarvan het zich o.a. ‘dank zij’ het terrorisme bewust geworden is, er meer aandacht moet gaan naar de nood aan zingeving en vormen van ‘spiritualiteit’. Dit is m.i. noodzakelijk als we niet willen ten onder gaan aan een eenzijdig, platvloers en uithollend technisch denken en materialisme. Deze spiritualiteit hoeft niet persé religieus te zijn, zoals blijkt uit het boek van André Comte-Sponville, L’esprit de l’athéisme. Introduction à une spiritualité sans Dieu (Albin Michel, Parijs, 2006). Het citaat van Ludo Abicht ligt in die lijn, en ook bijvoorbeeld sommige publicatie van Luc Ferry. Een hernieuwde aandacht voor onze cultuur, zoals bij Scruton en Gauchet kan eveneens een belangrijk element zijn.
Maar natuurlijk is er niets dat ons verzekert dàt het Westen zijn malaise kan overwinnen. In dat geval vrees ik dat Comte-Sponville een waardige afsluiter is voor deze blog: “Notre société pourrait subsister, mais s’en serait fini de notre civilisation. Rappelons tout de même qu’on n’a jamais vu de société sans civilisation » (André Comte Sponville, Le capitalisme est-il moral ? Albin Michel, Paris, 2004, blz. 37).

donderdag 24 april 2008

9/11 of 11/9 ?

CITAAT

“Simply because World War III did not happen should not lead us to draw the wrong conclusion that al Qa’eda is more dangerous to the United States than was the Soviet Communism.[…] An attack by the Soviet Union would have left hundreds of thousands, if not millions, of American dead and would have obliterated not two towers but multiple cities. The problem with al Qa’eda is not that it is a big threat; it is that such a small and organizationally diffuse threat is exceedingly difficult to locate, whether to annihilate or to negation with. On one side, then, we have a powerful consensus that a man-made calamity like 9/11 must not be allowed to happen again. On the other we have the sneaking doubt that avoiding such a repetition may be all but impossible.”

“The real historical turning point – the moment when the twenty-first century may be said to have begun – was not 9/11 but 11/9. The fall of the Berlin Wall on November 9, 1989, changed the context of American power far more profoundly than the fall of the World Trade Center.”


REFERENTIE

Niail Fergusson, Colossus. The Rise and Fall of the American Empire, Penguin Books, London, 2004, eerste citaat blz. 127, tweede citaat blz. 27.


COMMENTAAR

Ik heb deze citaten van Niail Fergusson, professor in internationale geschiedenis te Harvard en Oxford, opgenomen, omdat ik vaak de indruk heb dat veel mensen door een gebrekkige algemene ontwikkeling, waaronder kennis van de eigen geschiedenis, de problemen van de eigen tijd verabsoluteren, zonder die te plaatsen in een ruimer kader.
Ook dit verhoogt m.i. de gevoeligheid voor onzekerheid en angst. Het is niet zo dat het probleem van terrorisme daarom verdwijnt, maar het herleiden tot zijn correctere proporties kan zeker geen kwaad. Misschien moeten wij ons ook meer bewust worden van het feit dat het een land zoals Irak is, dat momenteel wellicht het meeste te lijden heeft onder het terrorisme.

In het kader van die ruimere context vind ik de mening dat niet 9/11, maar wel 11/9 een keerpunt is in de geschiedenis het overdenken waard. Waarschijnlijk zijn beide data moeilijk met elkaar te vergelijken, en is de psychologische impact van beiden zeer verschillend. Maar alleen over 9/11 spreken, en 11/9 vergeten is het veronachtzamen van een belangrijk en bepalend element van onze tijd.

zondag 20 april 2008

Waarde en belang van onze cultuur

CITAAT

“Unlike science, culture is not a repository of factual information or theoretical truth, nor is it a kind of training in skills, whether rhetorical or practical. Yet it is a source of knowledge: emotional knowledge, concerning what to do and what to feel. We transmit this knowledge through ideals and examples, through images, narratives and symbols. […] Such cultural expressions come about as a response to the perceived fragility of human life, and embody a collective recognition that we depend on things outside our control. […] Such is our condition, and it is for this reason that culture has become not just precious to us, but a genuine political cause, the primary way of conserving our moral heritage and of standing firm in the face of a clouded future.
At the same time, the decline in religious faith means that many people, both sceptics and vacillators, begin to repudiate their cultural heritage. The burden of this inheritance, without the consolations on offer to the believer, becomes intolerable, and creates the motives to scoff at those who seek to hand it on. Our educational institutions offer privileged positions to those who disparage the old values, old hierarchies and old forms of social order that lie hidden in the curriculum that has come down to us. There is nothing to teach in the name of culture, they tell us, except the prejudices of other ages.”


REFERENTIE

Roger Scruton, Culture Counts. Faith and Feeling in a World Besieged, Brief Encounters, Encounter Books, New York, 2007, blz. X-XI, eerste cursivering van de auteur, de tweede van mij.


COMMENTAAR

Ik heb géén probleem met de westerse secularisatie of het atheïsme, maar ik denk dat Scruton gelijk heeft wanner hij een verband legt tussen verlies aan religiositeit en verlies aan culturele eigenheid. Noch hij noch ik beweren dat dit onvermijdelijk zou zijn, maar wel dat dit in het Westen (en dan vooral in Europa) een probleem van cultureel identiteit - en zinverlies heeft veroorzaakt. Dit doet mij denken aan de argwaan van Albert Camus tegenover het verabsoluteren van het zoeken naar vrijheid boven alle andere waarden in. Als wij ons volledig bevrijden van ons verleden en onze cultuur zouden wij wel eens naakt en weerloos kunnen achterblijven.
Daarom vind ik het belangrijk dat een aantal denkers in onze tijd opnieuw aandacht vragen voor de westerse culturele erfenis. Niet om die ongewijzigd door te geven, maar als basis voor verdere evolutie en aanpassingen. Ik citeer opnieuw Scruton “There is no point in studying culture, however, if you cannot also renew it” (Scruton, o.c., blz. XIII).
Het verheugt mij dan ook dat er en aantal, vooral Franse filosofen, die zich uitdrukkelijk als atheïst beschouwen, aandacht hebben voor het culturele verleden van Europa, waarvan de christelijke religie een belangrijk element vormt. Filosofen zoals Luc Ferry, André Comte Sponville of Marcel Gauchet zoeken naar een behoud van deze erfenis binnen een geseculariseerde maatschappij. Het boek van André Comte Sponville, L’esprit de l’athéisme, Introduction à une spiritualité sans Dieu (Albin Michel, Paris, 2006) vind ik in dit kader zeer belangrijk. Het atheïsme hoeft voor hem niet te leiden tot een verlies aan een geestelijke of spirituele dimensie in het bestaan, en nog minder tot een onvermijdelijk verlies aan zin.
Er is op dat vlak nog een lange weg te gaan, maar m.i. is het behoud van een culturele en/of spirituele identiteit essentieel voor het verder bestaan van onze samenleving. In citeer opnieuw Comte Sponville: “Notre société pourrait subsister, mais s’en serait fini de notre civilisation. Rappelons tout de même qu’on n’a jamais vu de société sans civilisation » (André Comte Sponville, Le capitalisme est-il moral ? Albin Michel, Paris, 2004, blz. 37).

Sartre en het westers onbehagen

CITAAT

“Il faut affronter d’abord ce spectacle inattendu: le strip-tease de notre humanisme. Le voici tout nu, pas beau : ce n’était qu’une idéologie menteuse, l’exquise justification du pillage ; ses tendresses et sa préciosité cautionnaient nos agressions."


REFERENTIE

Jean-Paul Sartre, voorwoord voor het boek van Franz Fanon, Les damnés de la terre, in: Jean-Paul Sartre, Situation, V, colonialisme et néo-colonialisme, Gallimard, Paris, 1964, blz. 186.


COMMENTAAR

Sartre heeft, naar aanleiding van het boek van Franz Fanon, de vinger op de westers kolonisatiewonde gelegd. Sindsdien is er veel geschreven over de minder fraaie kanten van de kolonisatie. Het Westen lijdt m.i. voor een deel door de herinnering aan dit verleden en de ontmaskering van het gepleegde geweld.
Maar het Westen lijdt m.i. ook aan het heden: de kolonisatie is verdwenen, maar de uitbuiting van zwakke regio’s door sterke regio’s is gebleven. Wij weten dat een deel van onze welstand het gevolg is van het in stand houden van een weinig rechtvaardige wereldorde: de ontmaskering door Sartre blijft geldig.
Wij leven met een slecht geweten, en dat is niet bevorderlijk voor een positieve visie op onszelf of op onze mogelijkheden.

Moeilijkheden van een dialoog

CITAAT

“Ensuite, pour dialoguer, il faut donner et recevoir. Avoir quelque chose à donner à l’autre, c’est-à-dire savoir d’où l’on vient soi-même. […] Mais on doit aussi avoir l’humilité de recevoir, sans croire qu’on occupe un point surplombant l’histoire et qu’on est là pour faire rentrer l’autre dans le droit chemin. […] Un dialogue devient sérieux quand le respect mutuel va au-delà de la simple civilité, et quand, comme disait Paul Tillich, ‘le dialogue avec l’autre est en même temps un dialogue avec soi’."

REFERENTIE

Régis Debray, Un mythe contemporain : le dialogue des civilisation, CNRS Éditions, Paris, 2007, blz. 38-39, zijn cursivering.


COMMENTAAR

Een echte dialoog heeft mogelijkheden die echter juist de moeilijkheid ervan aangeven. De mogelijkheid is inderdaad dat men, naast het standpunt van de andere, ook een beter zicht krijgt op het eigen standpunt. Dit is positief, maar maakt een dialoog ook zeer moeilijk. Immers, om te dialogeren moet men minstens al een zekere rationele vertrouwdheid hebben met dat waarvoor men zelf staat. Hoe zwakker de eigen identiteit, hoe sterker de angst, remmingen en verdedigingsmechanismen die worden opgetrokken om de eigen zwakheid te verbergen. Er moet dus een zekere vertrouwdheid bestaan en een zeker vertrouwen in de eigen situatie, alvorens men tot dialoog kan overgaan. Nu is dit juist in onze tijd een probleem. Furedi en Durodie hebben gewezen op een malaise in het westers denken, die gedeeltelijk het gevolg is van een vacuüm inzake eigen waarden en identiteit.
En ook de andere dialogerende partij zal bereid moeten zijn in eigen boezem te kijken, en het eigen falen niet systematisch aan het Westen te wijten. Azië is de ‘kolonisatie’ door het Westen glansrijk te boven gekomen, en heeft veel van haar vroegere ‘heersers’ geleerd. In de islamitische landen zou men dit moeten erkennen, en zich de vraag stellen naar de redenen van eigen falen. Maar dit is iets dat die landen (zouden) moeten oplossen.
Maar wat het Westen betreft: waaruit komt de malaise waar Furedi en Durodié het over hebben? Een deel van het antwoord kunnen we m.i. vinden bij Jean-Paul Sartre. Hierover gaat mijn volgende blog.

Camus en terreur als irrationeel fenomeen

CITAAT

“En Algérie, comme ailleurs, le terrorisme s’explique par l’absence d’espoir. Il naît toujours et partout, en effet, de la solitude, de l’idée qu’il n’y a plus de recours ni d’avenir, que les murs sans fenêtres sont trop épais et que, pour respirer seulement, pour avancer un peu, il faut les faire sauter. »

« …l’action terroriste et la répression sont, en Algérie, deux forces purement négatives, vouées toutes deux à la destruction pure, sans autre avenir qu’un redoublement de fureur et de folie. […] Le terrorisme algérien est une erreur sanglante, à la fois en lui-même et dans ses conséquences. Il l’est en lui-même et dans ses conséquences. Il l’est en lui-même parce qu’il tend, par la force des choses, à devenir raciste à son tour et, débordant ses inspirateurs mêmes, à cesser d’être l’instrument contrôlé d’une politique pour devenir l’arme folle d’une haine élémentaire. »


REFERENTIE

Albert Camus, Terrorisme et répression, artikel verschenen in L’Express van 9 juli 1955, in : Levi-Valensi, Jacqueline e.a. (éds) Réflexions sur le terrorisme, Albert Camus, 2002, eerste citaat blz. 136, tweede citaat blz. 139-140.


COMMENTAAR

Het eerste citaat heb ik al in mijn eertse blog over Albert Camus vermeld. Ik wil hier enkel beklemtonen dat wat de filosoof Camus in 1955 schreef bevestigd wordt door sociologen zoals Durodie en Furedi (zie ook vorige blogs) die eenzaamheid en uitzichtloosheid beschouwen als een van de redenen voor terreur.

Het tweede citaat vind ik belangrijk omdat het wijst op een gevaarlijke tendens: de omslag van instrumentele terreur naar losgeslagen terreur. Camus wijst op het gevaar van de terreur die zich niet meer ziet of beleeft als middel naar iets anders, maar als een doel op zich. Daar waar Hegel en Sartre terreur als rationeel zien in het kader van het verwerven van vrijheid, wijst Camus op het gevaar van het verabsoluteren van vrijheid als ultiem doel. In een vorige blog over Berlin heb ik al gewezen op het verschil tussen negatieve vrijheid (zich bevrijden van) die een noodzakelijke voorwaarde is naar een tweede moment: de positieve vrijheid (vrij zijn voor) die een keuze impliceert voor iets dat buiten die vrijheid zelf ligt. Hier is plaats voor een constructief doel, op individueel of maatschappelijk vlak.
Hier ligt m.i. ook een mogelijk verband tussen de twee citaten: terroristische aanslagen die gepleegd worden uit eenzaamheid of frustratie hebben géén doel buiten de daad zelf, en zijn irrationeel.
Vandaar dat ik sympathie heb voor het pleidooi van Camus voor redelijkheid om vrede te bereiken. Redelijkheid en dialoog lijken mij te verkiezen boven geweld en terrorisme, al moet ik Sartre gelijk geven waar deze laatste meent dat voorbij een bepaald punt dialoog bijna niet meer mogelijk is. Redelijkheid en dialoog zijn ver van evident, en uiteraard ook niet gemakkelijk. Het citaat is mijn volgende blog zal dan ook over dialoog gaan.

zaterdag 5 april 2008

Het probleem van zinverlies in het Westen

CITAAT

Het laatste boek van Frank Furedi Invitation to Terror bevat m.i. een aantal zeer waardevolle elementen over terreur, zodat ik er hier nog een aantal citaten van weergeef.
Achter elk citaat wordt de bladzijde van het boek tussen haakjes vermeld.

“Through a system of meaning provided by culture, people learn to make sense of everyday problems. A web of meaning assists people to discover what binds them together, what society expects of them and guides them in how to manage uncertainty and deal with acts of misfortune. A solid sense of meaning helps a society to believe in its way of life and is itself an important dimension of its power. In the past century societies as diverse as Nazi Germany, Stalinist Soviet Union and the United States were able to project a robust sense of meaning and this helped them to achieve global prominence. The Blitz spirit of a beleaguered Britain also provides testimony of how the authority of shared meaning helps people to deal with uncertainty and adversity.
Twenty-first-century society’s relationship to the future is characterised by an intense consciousness of rapid change which is paralleled by a sense of disorientation about knowing how to interpret it. […] …’the world crisis of meaning’ has important implications for the current problematization of the issue of terrorism. How threats are perceived and how society deals with them are inextricably linked to the web of meaning that binds people to one another. The way an act of terror is interpreted is not directly proportional to its destructive power. How the public makes sense of such an unexpected catastrophe contributes to its impact.” (blz. 81)

“Apprehension about the problem of the home-grown threat endows the question ‘Why do they hate us?’ with a new meaning. The very posing of the question by Bush and others conveys a sense of genuine surprise and bewilderment. The question also expresses frustration and distress about the discovery that not anyone loves us. It resembles the kind of gesture that children make when they discover that they are not the centre of everybody’s undivided attention. Even in its slightly less infantilised form this query hints at a sense of disappointment about being betrayed by someone close. The implicit premise of this question is that they ought really to like us. This is not a sentiment that one directs at clearly acknowledged enemies. Neither President Roosevelt nor Churchill needed to ask why he Nazis hate us. […]
Since September 11 it has become increasingly difficult to ignore the fact that the threat of terrorism is not just an external but also a domestic problem. The difficulties that political leaders have in spelling out ‘our’ way of life acquires momentous significance in relation to the flourishing of anti-Western movements on domestic front.” (blz. 93, mijn cursivering).

“The dynamic of individualisation has encouraged fear to be experienced in a fragmented and atomized world. […] We fear alone because of the difficulties that we have in constructing a moral consensus about the threats facing our communities. We all attempt to make sense of these threats but the fragmentation of moral consensus has forced individuals to look for their own system of meaning. The weakening of shared values fragments the quest for meaning. In turn the fragmentation of the search for meaning privatizes it and lends it an individual character. A quest that is so private often looks for personal solutions and meanings. That is why psychologists and therapeutics have emerged as a dominant paradigm through which meaning is bestowed on our experience. Therapeutics is oriented to the experience of atomized individuals and tries to give meaning to the experience of the isolated individual.”
(blz. 111 – 101)


REFERENTIE

Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Continuum, Londen, 2007.


COMMENTAAR

Ik heb weinig toe te voegen aan deze citaten, die ik opgenomen heb omdat zijn op een duidelijke manier het verband tussen zinverlies en isolement aantonen, alsook de wederzijdse beïnvloeding en versterking van deze elementen.

Terrorisme als gevolg van wanhoop

CITAAT

“En Algérie, comme ailleurs, le terrorisme s’explique par l’absence d’espoir. Il naît toujours et partout, en effet, de la solitude, de l’idée qu’il n’y a plus de recours ni d’avenir, que les murs sans fenêtres sont trop épais et que, pour respirer seulement, pour avancer un peu, il faut les faire sauter. »


REFERENTIE

Albert Camus, Terrorisme et répression, artikel verschenen in L’Express van 9 juli 1955, in : Levi-Valensi, Jacqueline e.a. (éds) Réflexions sur le terrorisme, Albert Camus, s.l., Nicolas Philippe, 2002, blz. 136.


COMMENTAAR

Dat wanhoop aanleiding kan geven tot terrorisme lijkt mij correct, en deze vaststelling is uiteraard niet alleen op de Algerijnse kwestie van toepassing.
Wanhoop kan m.i. echter ook een bron zijn van bepaalde vormen van repressie (bijvoorbeeld van terrorisme) die op de duur op terreur beginnen te lijken. Uiteraard is het een legitiem doel van een samenleving om zichzelf en haar burgers te beschermen tegen terrorisme. Maar hoe minder een samenleving zich ‘goed in haar vel voelt’, hoe harder wellicht de repressie zal zijn. Hoe onzekerder men is, des te harder reageert men. Dit geldt m.i. zowel voor de mens als voor een samenleving.
De ‘war on terror’ gebruikt de in de samenleving levende angst om een aantal maatregelen te nemen of te rechtvaardigen die in strijd zijn met de waarden van de Westerse samenleving. De eenzijdige aanval van Irak zonder mandaat van de VN is daar een voorbeeld van. Het bestaan van de gevangenis van Guantanamo en de manier waarop de gevangenen daar blijkbaar behandeld worden is er een tweede. Het enige principe dat hier geldt is de macht van de sterkste. En eigenlijk hoort men hiertegen in de Westerse samenleving weinig reacties. Er is veeleer een gevoel van vermoeid fatalisme, alsof we ons in het Westen niet meer kunnen verdedigen met onze eigen waarden.
Ik ben dan ook bevreesd voor gevaar van een negatieve spiraal van repressie en verlies aan eigenwaarden. Niet alleen op het vlak van het terrorisme. Ook de problemen in bijvoorbeeld de voorsteden van Parijs of (gelukkig momenteel in mindere mate) Brussel of Antwerpen zijn m.i. tekenen van die spiraal. De prijs die we dreigen te moeten betalen voor het verloochenen of vergeten wat het Westen moeizaam doorheen haar geschiedenis heeft opgebouwd zou wel eens zwaarder kunnen zijn dan verwacht.

maandag 31 maart 2008

Westerse genoegzaamheid

CITAAT

« Als er redenen zijn om de drie auteurs die in dit boek centraal staan te herlezen [Merleau-Ponty, Sartre en Camus], dan is dat niet omdat de oude linkse ideologieën moeten worden hersteld, maar omdat zij met een blik de westerse maatschappijen aanschouwden, die de interne terreur van de westerse zelfgenoegzaamheid zichtbaar wil maken.”

“’Fight Evil with Good’ sprak Bush toen de resten van de Twin Towers nog nasmeulden. Hoe eenvoudig deze woorden ook klinken, de huidige reactie op het terrorisme maakt vanuit de behandelde reflecties steeds opnieuw dezelfde desastreuze beperking: ze behandelt het terrorisme als een manifestatie van een ultiem Kwaad. De terreur van het eigen gelijk van het Westen wordt daarmee onzichtbaar. De wereld wordt zo voorgesteld als een universum dat in twee onverzoenlijke partijen verdeeld is: de goeden en de kwaden. […] Wat de goede mensen vergeten, om het met Sartre uit het voorwoord van Les damnés de la terre te zeggen, is dat zij hun samenleving hebben gebouwd ten koste van de mensen die zij reeds lang hebben uitgesloten.”

”De kiem voor de terreur wordt gelegd in een rechtvaardigheid die zichzelf zuiver acht en zich in de wereld wil doen gelden. Aldus wordt de prediking van de goeden een legitimatie van een repressieve terreur.”


REFERENTIE

Ruud Welten, Sartre, Camus en Merleau-Ponty over terreur en terrorisme, Klement, 2006,
het eerste citaat blz. 155, het tweede blz. 158, het laatste blz. 159.


COMMENTAAR

Terreur en terrorisme zijn natuurlijk complexe aangelegenheden met paradoxale elementen.
Een van de paradoxen is m.i. dat we onszelf verzwakken door een eenzijdige zelfkritiek (zie hierover mijn blogs over Frank Furedi), maar dat we anderzijds zoals blijkt uit de hierboven aangehaalde citaten blind blijven voor een aantal elementen in onze samenleving die ons terecht kunnen verweten worden.

Wat de buitenlandse politiek betreft geeft Noam Chomsky in zijn lezing kort na 9/11 een mooi overzicht van wat terecht aan de westerse buitenlandse politiek kan verweten worden.
(Noam Chomsky, The New War against Terror, October 18, 2001, www.zmag.org/GlobalWatch/chomskymit.htm, specifiek op blz. 15.)
De lijst moet ondertussen nog met de aanval op Irak aangevuld worden. Kortom, wij kunnen er niet met een gerust gemoed van uitgaan dat ‘onze’ Westerse leiders een coherente buitenlandse politiek voeren. Zoals Robert Fisk onlangs schreef naar aanleiding van deze desastreuze oorlog: ‘Onze aanvoerders, die kleine mannetjes, waren niet op de hoogte van de geschiedenis, of die kon hen gestolen worden’ (Robert Fisk in De Morgen, 22/3/2008, De Gedachte, blz. 18 “De enige les die we ooit hebben geleerd, is dat we het echt nooit zullen leren”.)
Ook de BBC documentaire The Power of Nightmares. The Rise of the Politics of Fear. (Adam Curtis, 2004) is niet van aard het vertrouwen in onze politieke leiders te vergroten. Ik weet dat dit allemaal vooral gaat over de US en Groot-Brittannië, maar voor de rest is de Westerse buitenlandse politiek op dit vlak eerder verwaarloosbaar.

Verder kan er op maatschappelijk vlak m.i. niet geloochend worden dat het zeer waardevolle project van de ontwikkeling van het individu grotendeels doorgeslagen is in de richting van een oppervlakkig consumentisme. Dana R. Villa verwoordt het als volgt:” Moral individualism – the belief in individual human dignity which grounds the morality of rights – was confused or conflated with the sheer selfishness encouraged by the market.” Dana R. Villa, Politics, Philosophy, Terror. Essays on the Thought of Hannah Arendt, Princeton University Press, 1999, blz. 12.

Als er al een oplossing zou bestaan voor de westerse malaise, zal die waarschijnlijk enerzijds moeten bestaan in een opnieuw positievere omgang met eigen waarden, instellingen en geschiedenis, zonder echter een gezonde zelfkritiek te schuwen. Zelfonderzoek en kritiek zijn belangrijk, maar die wil niet zeggen dat wij nu plots de ‘slechten’ zijn er de anderen de ‘goeden’. Die categorieën zijn allen verwarrend en verarmend als men over de geschiedenis en de internationale heeft. De meeste landen en of beschavingen hebben positieve en negatieve bijdragen geleverd. En als het Westen tot zelfkritiek overgaat mag ook wel hetzelfde verwacht worden van de ‘buren’. De Islam is vaak kampioen in het zien ‘van de splinter in het oog van de andere, maar niet de balk in het eigen oog’. Enige zelfkritiek zou daar ook op haar plaats zijn. De kolonisatie door het Westen legt niet alléén uit waarom de meeste islamitische landen een puinhoop zijn: het Westen heeft ook grote delen van het verre oosten gekoloniseerd, maar die landen hebben op zulke manier gereageerd dat ze die kolonisatie glansrijk hebben kunnen verwerken.

Hoe een ‘herwaardering’ van Westerse waarden moet gebeuren of er zou kunnen uitzien weet ik uiteraard niet. Een bijkomend probleem is dat ‘herwaardering van waarden’ vaak gebeuren vanuit een conservatieve en krampachtige hoek, zodat ze vaak weinig inspirerend is voor een samenleving in haar geheel. Wat de neoconservatieven in de US nastreefden lijkt ver van ideaal.
Wij hebben geen conservatisme nodig, maar een Renaissance!
Klinkt wel mooi, maar hoe dit concreet moet gebeuren…

Eenzaamheid en frustratie

CITAAT

« Since September 11 it has become increasingly difficult to ignore the fact that the treats of terrorism is not just an external but also a domestic problem. The difficulties that political leaders have in spelling out ‘our’ way of life acquires momentous significance in relation to the flourishing of anti-Western movements on domestic front.”

“ It is difficult to avoid the conclusion that, at least for some people living in the West, their society’s way of life appears repulsive.”

“The dynamic of individualisation has encouraged fear to be experienced in a fragmented and atomized form. […] We fear alone because of the difficulties that we have in constructing a moral consensus about the threats facing our communities. We all attempt to make sense of those threats, but the fragmentation of moral consensus has formed individuals to look for their own sense of meaning. The weakening of shared values fragments the quest for meaning. In turn the fragmentation of the search for meaning privatises it and lends it an individualised character. A quest that is so private often looks for personal solutions and meanings. That is why psychology and therapeutics have emerged as a dominant paradigm through which meaning is bestowed on our experience. Therapeutics is oriented to the experience of atomized individuals and tries to give meaning to the experience of the isolated individual”


REFERENTIE

Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Continuum, Londen, 2007, eerste citaat blz. 93, tweede citaat blz. 95, derde citaat blz. 100 – 101.


COMMENTAAR

Dit citaat ligt in de lijn van mijn vorige blog over Hannah Arendt die eenzaamheid beschouwt als een van de voedingsbodems voor terrorisme gepleegd door ontwortelde individuen, en over de wrevel die bij sommigen bestaat over onze eigen samenleving. De toestand is m.i. als gevolg van 9/11 en de desastreuze inval in Irak ondertussen nog sterk verslechterd sinds Arend haar analyse maakte.

Eenzaamheid als voedingsbodem voor terrorisme

CITAAT

“Perhaps Arendt’s most penetrating insight of all is the correspondence between the mental needs and the capacities of the truly lonely and the form of ideology itself, which at one satisfies the needs […] Yet Arendt’s own analysis of loneliness is a condition which can arise in numerous ways; she refers to loneliness as “one of the few fundamental experiences of every human life. […]
We must take a broad view of loneliness, for today the long term danger that ideologically driven terrorism will turn into a totalitarian movement rest in no small part on whether or not there are enough people prepared to identify themselves with […] and ideology of the terrorists. Simply because social structures and standards of living appear differently in today’s world than they did in the troubled areas in 1920s and ‘30s Europe, we should not assume that the people are not suffering from a form of oppressive world-alienation, that they have not lost confidence in national and international institutions, and that they are not cut off from hopefulness. The ground in which the seeds of terror take root is the humus of lonely souls. If we follow Arendts’ analysis, we should not view the choice between combating terrorists and terroristic ideology, on the one hand, and offering people hopeful engagement through the promotion of just institutions, national and civic rights, on the other hand, as a stark dichotomy that is sometimes presented to be. We are today called on to do both, for though loneliness as uprootedness and superfluousness is not the cause of ideological violence, as some maintain, it is the corresponding psychological base through which the spirit of ideological violence gains life and power.”


REFERENTIE

David Zinn, Hannah Arendt: Ideology and Terror in Totalitarian Movements, in: Kem Crimmins and Herbert De Vriese (eds.), The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. 178 – 179.


COMMENTAAR

Deze passage, die komt uit het besluit van bovenvermeld essay over Hannah Arendt, ligt in de lijn van wat Frank Furedi en Bill Durodié vermelden als de crisis en malaise in het westers denken: die staat niet los van enerzijds onze gevoeligheid voor de dreiging van terrorisme en anderzijds van het feit dat sommige mensen zich aangetrokken voelen door extreme groeperingen die via terrorisme het westen willen treffen. Deze laatsten handelen dan niet met een concreet positief maatschappijconcept voor ogen, maar uit loutere frustratie en ressentiment. (over Furedi en Durodié: zie sommige van mijn andere blogs).
In zijn essay citeert David Zinn een passage van Arendt uit The Origins of Totalitairianism: “What proved so attractive was that terrorism had become a kind of philosophy through which to express frustration, resentment, and blind hatred, a kind of political expressionism which used bombs to express itself…” (David Zinn, blz. 159 en verwijzing op dezelfde bladzijde).
In die zin ben ik het eens met David Zinn dat bestrijding van terrorisme en het streven naar meer ‘welbehagen’ in onze eigen cultuur allebei essentieel geworden zijn. Hoe dit laatste concreet moet gebeuren is geen gemakkelijke vraag, en het zal zeker niet over een nacht ijs verlopen.

De perceptie van het gevaar voor terrorisme

CITAAT

Hierna volgen een aantal citaten van het nieuwe boek van Frank Furedi: Invitation to Terror.
Achter elk citaat wordt de bladzijde van het boek tussen haakjes vermeld.

“Thankfully the belief that we live in a new era of terrorism that is characterised by an unprecedented threat to human security is not sustained by the experience of the past decade.[…] Yet the perception of an all-powerful non-conventional foe that threatens life in Western societies is widespread. So how is that public encouraged to make sense of the threat of terror?” (blz. 6)

“Warnings about the omnipresence of terrorism are constantly reproduced throughout every sector of life. By their very ubiquity they give the impression that no one is safe. […] Such warnings are continually reinforced by the message that it is only a matter of time before terrorists will strike a devastating blow on unsuspecting civilians.The very manner in which the threat of terrorism is formulated conveys a mood of helplessness and fatalism. Official alerts betray more than a hint of defeatism since they insist that unlike other violent threats to people’s security acts of terrorism cannot be prevented.” (blz. 8)

“The conviction that terrorists can strike at will expresses a surprising degree of anxiety about the resilience and capacity of society to deal with these threat. What is striking about the threat assessments made by political leaders and their officials is the lack of confidence they have in the resilience of their own institutions and people. Rather than seeing technology and prosperity as resources that can be mobilized against terrorism, policy-makers and security analysts interpret them as a source of vulnerability.” (blz. 12)

“According to Bush, it was the very condition of an open democratic industrial society that served to render the US vulnerable to terrorism. He stated:
The characteristics of American society that we cherish – our freedom, our openness, our great cities and towering skyscrapers, our modern transport systems – make us vulnerable to terrorism of catastrophic proportions. America’s vulnerability to terrorism will persist long after we bring justice to those responsible for the events of September 11.
Bush’s association of freedom and prosperity with a disposition to vulnerability reveals a radical reversal of the way that modern, relatively open industrial societies make sense of themselves. In previous times democracy and industrial might were associated with national power. These dimensions of a modern democratic society were seen as a source of strength and flexibility. That these features of American life are now regarded as markers of vulnerability is testimony to a defensive and confused response to the threat of terrorism.
[…] This vulnerability-led perspective tends to regard society one-sidedly as a target, and people as victims. Such an orientation tends to focus on the task of avoiding losses rather than looking for opportunities for taking the initiative.” (blz. 14).


REFERENTIE

Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Continuum, Londen, 2007.

COMMENTAAR

Bovenvermelde citaten spreken voor zichzelf. Ik vind ze belangrijk, omdat ze wijzen op reacties van onze samenleving die, zonder dat we het beseffen, onze weerbaarheid vermindert en ons zelfbeeld aantast, wat een probleem vormt dat verder reikt dan angst voor terrorisme. Er zullen wel verschillen bestaan tussen hoe angst en terreur ervaren worden langs beide kanten van de Atlantische oceaan, maar wat Furedi schrijft lijkt mij ook op Europa van toepassing. Wanneer ik de laatste jaren in Parijs kom om musea en tentoonstellingen te bezoeken, wordt ik aan de ingang van elk museum steeds geconfronteerd met een ‘veiligheidpost’ waar zakken gefouilleerd worden en de bezoekers door een soort poort moeten die metalen detecteert (zoals op een vliegveld). In de ‘Jardin des Tuilleries’ patrouilleren soldaten met machinegeweer aan de arm. Waarom niet nog zandzakken en afweergeschut? Ik heb niets tegen een verhoogde graad van alertheid, maar de opzichtigheid ervan veroorzaakt m.i. die sfeer van ongerustheid en kwetsbaarheid waar Furedi het over heeft. En dat terwijl Frankrijk niet in de oorlog met Irak betrokken is.
In Londen is er gelukkig minder opzichtig machtsvertoon, wat niet wil zeggen dat er geen alertheid voor terrorisme zal bestaan. Er zijn bijvoorbeeld geen controles als men een museum binnenstapt. (Wel was er vorig jaar een controlepost bij het verlaten van het Victoria and Albert museum, omdat er teveel objecten uit het museum verdwenen waren…Britse humor?)

Het is belangrijk dat erop gewezen wordt dat onze reacties niet evident noch neutraal zijn, en dat we dreigen te verzanden in een spiraal van angst en fatalisme. Ik beweer ook niet dat ik daarboven sta of die gevoelens niet ervaar, maar het is m.i. noodzakelijk dat die ‘malaise’ wordt gezien en de redenen ervoor worden onderzocht. Als we onze kwetsbaarheid blijven benadrukken en zelfs de verwezenlijkingen van onze samenleving als kwalen of gevaren gaan ervaren, zullen we niet veel meer hebben om op te vertrouwen. En zonder vertrouwen is geen samenleving mogelijk.
Waarschijnlijk ligt het probleem bij het ontbreken van zin of van een kader waarin onze ervaringen passen. Hierop gaat Furedi verder in. Ik hoop hierop te kunnen terugkomen in een volgende blog.


technologie en globalisering

CITAAT

De citaten komen uit het essay van Arthur Cools Terror and terrorism (zie: verwijzing). Achter elk citaat heb ik de bladzijde uit het boek vermeld.

“First of all, it is not just the idea of freedom that transforms the world, but there is another universality, namely the impersonal universality of technology, that dominates the actual world in a much more powerful and destructive way.” (blz. 42)

“As a non-spiritual universality, technology directly confronts the Hegelian idea of freedom, for technology is indifferent to freedom’s goal.” (blz. 43)

“The specific way in which technology is transforming the world can be briefly summarised by the following three features. First technology works without requiring that human beings are personally involved. Second, technology works without localising and contextualising its products and benefits. Third, technology creates a neutral no man’s land of exchange and know-how without requiring that cultural differences are respected. To coin three words that capture the way in which the material universality of technology undoes the spiritual idea of freedom: technology, by its very essence, depersonalizes, deterritorializes and deculturalizes.
Particularity is sacrificed in favour of a universality that constitutes no meaning.” (blz.44)

Over de mogelijkheden van de filosofie: “it can also indicate the direction in which it is possible to formulate a positive answer: faced with the indifferent and globalized effectiveness of technology that deprives us of the means of coping with a terror in the human nature itself, the task of philosophy consists in appealing to all this attitudes which express the vulnerability of the meanings without which we are unable to understand ourselves, the other and the world. In this sense, there is a positive task for philosophy, namely, to defend a notion of the spiritual that is constantly being neutralised by technology, a notion that can only make a difference if that neutralisation is resisted.” (blz. 50).


REFERENTIE

Arthur Cools, Terror and terrorism, A Necessary Confusion, in: Kem Crimmins and Herbert De Vriese (eds.), The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz 35 – 52.


COMMENTAAR

Ik heb weinig toe te voegen bij bovenvermelde citaten.
De eerste twee citaten heb ik opgenomen omdat zij duidelijk maken dat waar Hegel de vrijheid van de mens als bron van verandering zag, deze laatste nu veroorzaakt wordt door de technologie…die in grote mate juist aan de mens ontsnapt en een systeem vormt dat hem domineert.
De volgende passage heb ik opgenomen omdat ik voornamelijk belangstelling heb in de ‘malaise’ van de westerse beschaving, die een voedingsbodem is voor onze (over)gevoeligheid voor angsten en terreur. Zie hierover mijn blogs over Frank Furedi.
Het is duidelijk dat technologie hier een belangrijke rol speelt. Niet dat ik terugwil naar het stenen tijdperk! Technologie heeft natuurlijk geweldige verwezenlijkingen op haar palmares. Het is echter belangrijk ook de ongewilde effecten ervan onder ogen te zien, en na te denken over mogelijke oplossingen hiervoor.
Belangrijk in het essay zijn ook de passages over terrorisme als reactie tegen aliënatie (blz. 44) en de gelijkenissen tussen technologie en terrorisme (blz. 49).

Hegel en de absolute (negatieve) vrijheid

CITAAT

“Characteristic of modern age, according to Hegel, is the cultural transformation generated by the idea of freedom taking over the power of tradition and religious practices. What is this transformation? Simply put, the idea of freedom determines the essence of politics. Freedom is the idea by which human beings become conscious of creating the world in accordance with their own will. […] In other words, when freedom becomes the principle of politics, there is no longer a dependence on an external object that cannot be transformed into a means submitted to the purpose of the realisation of a free world […] Consequently, in its very essence, the idea of freedom reveals itself as something ‘absolute’. The immediate realisation of absolute freedom in the political sphere, however, expresses itself as pure negativity, as radical overcoming. When this happens, the idea of freedom becomes the ultimate source of terror. […] The reason for this inversion is that the idea of absolute freedom is just an abstraction without positive content. “


REFERENTIE

Arthur Cools, Terror and terrorism, A Necessary Confusion, in: Kem Crimmins and Herbert De Vriese (eds.), The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. 39, mijn cursivering


COMMENTAAR

Hegel beschouwde de terreur die plaatsvond naar aanleiding van de Franse Revolutie als een gevolg van een politieke vrijheid die beleefd werd als een absolute vrijheid, een vrijheid die door niets of niemand beperkt kon worden. Men wou een ‘tabula rasa’ doorvoeren en het ‘Ancien Régime’ volledig vernietigen. Hegel beschouwde deze absolute vrijheid als zuiver negatief en destructief, omdat ze niet gericht was op iets anders dan zichzelf. De vrijheid zou maar constructief worden wanneer ze gericht wordt op het ontwerpen van een morele samenleving.
Deze analyse van de absolute vrijheid die in haar essentie zuiver negatief en destructief is lijkt mij waardevol, niet alleen op politiek vlak, maar ook op vlak van de persoonlijke ontwikkeling van de mens.
Deze analyse van de vrijheid verklaart gedeeltelijk de malaise die bijvoorbeeld Frank Furedi en Bill Durodié in de westerse samenleving waarnemen.
De Canadese filosoof Charles Taylor wijst op twee belangrijke momenten in de ontwikkeling van een vrije persoon: een moment waar men zich moet bevrijden van een aantal beperkingen die de vrijheid inperken of onmogelijk maken (negatief moment) en een moment waar men die vrijheid kan beleven gericht op een specifiek constructief doel (positief moment).De vrijheid die een doel op zich blijft, is leeg. In onze tijd wordt m.i. de ‘negatieve’ vorm van vrijheid overbeklemtoond, met als gevolg dat veel mensen niet meer betrokken zijn op iets anders dan hun vrijheid, wat een van de aanleidingen is van wat Taylor ‘de malaise van de moderniteit’ noemt.
Zoals Lipovetsky schrijft: ” Traversant seule le désert, se portant lui-même sans appui transcendant, l’homme d’aujourd’hui se caractérise par sa vulnérabilité ». Gilles Lipovetsky, L’ère du vide. Essais sur l’individualisme contemporain, 1983, blz. 67.

'Why do they hate us?', maar wie zijn 'they' en 'us'?

CITAAT

Hierna volgen een aantal citaten van het nieuwe boek van Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Furedi vermeldt dat hij veel heeft samengewerkt met Bill Durodie.
De volgende fragmenten gaan over terreur en terrorisme, en wie de ‘vijand’ is. Wat zijn de gevolgen hiervan zijn voor onze perceptie van onszelf, voor de eraan gekoppelde gevoelens van angst voor de toekomst, en voor onze weerbaarheid.
De eerste citaten gaan over “they”, de volgende over “us”.
Achter elk fragment heb ik tussen haakjes de blz. uit het boek vermeld.

THEY
“Western politicians on both sides of the Atlantic are still asking the same question: ‘Why do they hate us?’ British officials, stunned by disturbing evidence of home-grown terrorism, have never stopped asking themselves the same question. […] In its original inception, this book began as an attempt to engage with the question ‘Why do they hate us?’. However, after inspecting official statements and publications on the subject it became evident that it was far from clear who ‘they’ were. Even more unsettling was the realisation that from the available evidence, it was not at all obvious who ‘us’ was.” (blz. VII).

“Today, we have a global conflict that appears so confusing that we are not even certain what to call it. The failure to conceptualize the issues at stake is demonstrated by the absence of consensus around even what words to use to describe the meaning of the present conflict and the enemy. Suddenly, governments cease to speak about the War on Terrorism and talk about the Long War. The shift in terminology often betrays confusion about the issue at stake. Lack of clarity about what this war is about, who are the protagonists, its scope and duration dominates discussions on this conflict. Meaningless terms often represent an attempt to evade. In this case they express confusion and the inability to make sense of life in the twenty-first century.” (blz. VIII, mijn cursivering).

“The imprecise and incoherent manner with which the narrative of terrorism is communicated often appears as a problem of language. Questions have been raised about whether the term ‘war on terror’ has any precise meaning. Even supporters of the war on terror have reservations about using this term. A US senator, Rick Santorum, has remarked that to say ‘we are fighting a War on terror’ is ‘like saying World War II was a war on blitzkrieg’. He added that terror, like blitzkrieg, is a tactic used by our enemy, not the enemy itself”.
(blz. VIII – IX)

“Take the guidelines issued by the EU officials in April 2006 on the difficult questions of what words to use to describe the enemy. The guidelines suggested that the European governments should avoid the term ‘Islamic terrorism’ in favour of the Orwellian-soundinf phrase: ‘terrorists who abusively invoke Islam’”. (blz. XII)

“The enemy has acquired an increasingly diffuse and abstract character. Not for nothing does a Homeland Security Council planning scenario refer to the enemy as the Universal Adversary (UA). This is another way of saying that the enemy is the enemy. The concept of universal adversary also conveys the idea that anyone could be the enemy.
[…] Uncertainty about the identity of the enemy has led to scenarios where little is left to chance and virtually anyone can be represented as a potential foe. […] …with enemies like that it is difficult to feel secure.”
(blz. XIV, misschien zou onze universiteit moeten overwegen van naam te veranderen?).



US
“It is bad enough that we are not sure about who ‘they’ are that hate us. Unfortunately there is compelling evidence that we are far from certain about who or what constitutes ‘us’. Time and again we are confronted with disturbing evidence that not everything can be taken for granted on the home front. […] So, what binds ‘us’ together? As we outline in this book, the difficulty that Western societies have in accounting for themselves constitutes the nub of the problem. Attempts to outline what constitutes ‘our way of life’ or what values ‘we are defending’ tend to have an empty rhetorical character. […] yet if we are to understand the meaning of twenty-first-century terrorism, it is essential to have a clearer grasp of who we are expected to respond to this treat. This book is more about us than them, since it is our response that determines the impact of this problem.” (blz. XV)

“This book suggests that the question of ‘why do they hate us?’ tends to deflect attention from why society feels so uncomfortable with dealing with the threats that confront it. The existence of a physical threat of terrorism can not be denied. But the idea that terrorism represents an existential threat is the product of society’s inability to give meaning to human experience. It is a symptom of a society that has lost its way and lacks the intellectual and moral resources to deal with the routine threats that it faces. […] Maybe we should be asking the question, ‘Why do we hate ourselves?’”. (blz. XVI).


REFERENTIE

Frank Furedi: Invitation to Terror. The Expanding Empire of the Unknown. Continuum, Londen, 2007.


COMMENTAAR

De hierboven vermelde citaten lijken mij correct.

De eerste citaten heb ik vermeld omdat ik meen dat de vaagheid van de ‘war on terror’ en van het nagestreefde doel inderdaad een alomtegenwoordig en diffuus gevoel van onveiligheid hebben veroorzaakt in onze samenleving. Het is een belangrijk element, want deze gevoelens hebben een invloed voor onze graad van weerbaarheid, en dus voor de wijze wij onszelf en onze samenleving evalueren.
Mijn aandacht in deze blog gaat dus meer om wat ‘wij’ zijn en wat eventuele problemen van ‘onze’ problemen zijn, dan naar wie de vijand is.
In volgende blogs zal ik terugkomen op dit boek van Furedi, maar dan specifiek met het oog op wat wij misschien niet willen zien i.v.m. onszelf en onze beschaving. In die zin is dit boek van niet allen sociologisch, maar heeft het ook een filosofische dimensie.

de Tocqueville en de Algerijnse kwestie

CITAAT

de Tocqueville, de Franse schrijver die wereldberoemd is omwille van zijn boek "De la démocratie en Amérique" publiceerde in 1837 een interessante parabel over de verovering van Algerije door Frankrijk:
“Je suppose que l’Empereur de la Chine débarquant en France à la tête d’une puissante armée, se rende maître de nos plus grandes villes et de notre capitale. Et qu’après avoir anéanti tous les registres publics avant même de s’être donné la peine de les lire, détruit ou disperse toutes les administrations sans s’être enquis de leurs attribution diverses, il s’empare enfin de tout les fonctionnaires depuis le chef du gouvernement jusqu’aux gardes-champêtres, des pairs, des députés et, en général, de toute le classe dirigeante; et qu’il les déporte tous à la fois dans quelque contrée lointaine. Ne pensez-vous pas que ce grand prince, malgré sa puissante armée, se trouvera bientôt fort embarrassé pour administrer le pays conquis; que ses nouveaux sujets privés de tout ceux qui menaient ou pouvaient mener les affaires, seront incapables de se gouverner eux-mêmes, tandis que lui qui, venant des antipodes, ne connaît ni la religion, ni la langue, ni les lois, ni les habitudes, ni les usages administratifs du pays et qui à pris soin d’éloigner tout ceux qui auraient pu l’en instruire, sera hors d’état de les diriger? Vous n’aurez donc pas de peine à prévoir que si les parties de la France qui sont matériellement occupées par le vainqueur lui obéiront, le reste du pays sera bientôt livré à une immense anarchie. Vous allez voir que nous avons fait en Algérie précisément ce que je supposais que l’Empereur de Chine ferait en France ».


REFERENTIE

Alexis de Tocqueville, Lettre sur l’Algérie,uit 1837, geciteerd in : Xavier de La Fournière, Alexis de Tocqueville, Un monarchiste indépendant, Librairie Académique Perrin, 1981, blz. 197-198.


COMMENTAAR

Ik heb het citaat opgenomen omdat ik het een mooie tekst vind die een inzicht kan geven in het ontstaan van terreur (hier door de Franse bezetter) die een samenleving volledig kan ontwrichten. Het is weinig waarschijnlijk dat de huidige president van de Verenigde Staten van Amerika deze tekst gelezen heeft.
De verovering van Algerije werd ondernomen in opdracht van de Franse koning Charles X, die wilde aantonen dat het Frankrijk van de Restauratie ook na de val van Napoleon een militaire macht bleef. De verovering ging verder na de revolutie van 1830 die Louis-Philippe op de troon bracht. Door deze kolonisatie hebben heel wat Fransen en hun familie zich in Algerije gevestigd. Een later gevolg hiervan is natuurlijk de tragische Algerijnse kwestie: een aantal Fransen waren in Algerije geboren en getogen en voelden zich daar thuis, terwijl ze door de Algerijnen zelf gezien werden als bezetters. Deze laatsten gingen dan over tot terrorisme om de Fransen te verdrijven. Deze situatie wordt goed weergegeven in de film La bataille d’Alger uit 1966. Op Wikipédia staat een goede samenvatting met het volgende besluit:
“En conclusion, le film est tout sauf manichéen: chaque camps s’y bat avec les moyens dont il dispose. Le FLN pour faire face à l’armée française et démoraliser l’occupant, ne semble pas avoir d’autre choix que d’utiliser le terrorisme. L’armée française pour démanteler les réseaux et protéger ses ressortissants, ne semble pas avoir d’autre choix que d’utiliser la torture. Bref une guerre sale, trouble, comme l’a été la guerre d’Algérie ».
http://fr.wikipedia.org/wiki/La_Bataille_d’Alger_(film)

zaterdag 15 maart 2008

vage angst bevordert angst voor terreur

CITAAT

« In onze tijd fladdert de angst vrijelijk van het ene naar het andere probleem, zonder dat er en causaal of logisch verband tussen hoeft te bestaan.
Toen dominee Jerry Vines van de Southern Baptist in juni 2002 verklaarde dat Mohammed een ‘door de duivel bezeten pedofiel’ was en dat Allah moslims tot terrorisme aanzet, maakte hij handig gebruik van de grote sprongen die men nu in redeneringen kan maken dankzij de vage aard van die verhalen. Zo’n arbitraire associatie van terrorisme met pedofilie kan leiden tot een grotere angst voor beiden”.

REFERENTIE

Furedi, Cultuur van de angst, Meulenhof, 2006, blz. 31.

COMMENTAAR

Ik citeer deze passage omdat ik in vorige blogs de nadruk heb gelegd tussen vage en onbestemde angstgevoelens die overal aanwezig lijken in onze samenleving, en de rol daarvan i.v.m. onze gevoeligheid voor terroristische dreiging. Het is dus ter aanvulling.

Verlichting en onvermijdelijke terreur?

CITAAT

« Hegel’s Phenomenology leaves no doubt that it is precisely the rationality of the Enlightenment, crystallized in the notions of utility and absolute freedom, that unavoidably results in terror.”

REFERENTIE

Herbert De Vriese, Hegel: Absolute Freedom and Terror, in: Kem Crimmins en Herbert De Vriese, The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. 139.

COMMENTAAR

Zonder afbreuk te willen doen aan de grootheid van Hegel’s analyse en aan het belang dat hij i.v.m. terreur hecht aan ‘utility and absolute freedom’ ben ik er niet van overtuigd dat deze vruchten van de Verlichting onvermijdelijk terreur moeten veroorzaken.
Uiteindelijk is de Franse Revolutie die Hegel analyseert een specifiek gebeuren, gekoppeld aan de particuliere Franse samenleving waar deze revolutie ontstond (zeer hiërarchisch en gecentraliseerd, met een belangrijke plaats voor de katholieke kerk en haar macht), die bijvoorbeeld zeer sterk verschilde van het Britse Rijk..
Niets zegt dat met een Franse koning die een consistentere politiek zou gevolgd hebben, of bijvoorbeeld andere ministers zou gekozen hebben, de Revolutie niet op een andere of minder bloedige manier zou geëvolueerd zijn.
De Amerikaanse revolutie heeft toch ook plaatsgehad onder leiding van mensen die beïnvloed waren door Engelse en Franse Verlichtingsdenkers, en daar is toch geen ‘terreur’ uit voortgekomen.
Kortom: ik heb de indruk dat Hegel hier van een particulier gebeuren een universeel geldende wetmatigheid maakt, en ik ben niet overtuigd van de geldigheid ervan.

gevaar van absolute waarheden

CITAAT

« In contrast to a long cherished ambition, the philosophical maieutics gathered here do not aim at presenting a unified, absolute truth about terror(ism). In a time of terror(rism), the ideal of wisdom may be to give up pursuing final, absolute truths in favour of understanding the palpable disagreements of belief that seemingly sanction violent solutions.”


REFERENTIE

Kem Crimmins en Herbert De Vriese, Terror(ism) as a Philosophical Problem: Introduction to the ‘Reason’ of Terror’ in: Kem Crimmins en Herbert De Vriese, The Reason of Terror. Philosophical Responses to Terrorism, Peeters, Leuven, 2006, blz. XI.

COMMENTAAR

De gedachte dat er moet afgestapt worden van het zoeken naar een finale, coherente en alomvattende waarheid vind ik zeer belangrijk voor de problemen van deze tijd. Even belangrijk is wellicht dat veel mensen zich nochtans juist vastklampen aan het ideaal of waanbeeld van één absolute waarheid als reactie tegen de onzekerheid en de angst die ze voelen opkomen bij de idee dat een eenduidige en harmonieuze waarheid misschien niet zou bestaan. Het ideaal van een harmonieuze, coherente en absolute waarheid heeft lang bestaan in de Westerse wijsbegeerte. De Britse filosoof Isaiah Berlin bijvoorbeeld vertrok ook van die evidentie. Interessant is zijn verhaal hoe het lezen van Macchiavelli hem plots deed inzien dat zulke contradictieloze waarheid niet evident is. Ik laat hem aan het woord: “At a certain stage in my readings, I naturally met with the principal Works of Machiavelli. They made a deep and lasting impression upon me, and shook my earlier faith[…]. Machiavelli was not a historicist: he thought it possible to restore something like the Roman Republic or Rome of the early Principate. He believed that do this one needed a ruling class of brave, resourceful, intelligent, gifted men who knew how to seize opportunities and use them […] But Machiavelli also sets, side by side with this, the notion of Christian virtues – humility, acceptance of suffering, unworldliness, the hope of salvation in the afterlife – and he remarks that if, as he plainly himself favours, a state of a Roman type is to be established, these qualities will not promote it. […] He merely points out that the two moralise are incompatible. […]he combination of virtu and Christian values is for him an impossibility.” Isaiah Berlin, The pursuit of the ideal, in: Isaiah Berlin, The Crooked Timber of Humanity. Chapters in the History of Ideas, Pimlico, Londen, 2003, blz. 7-8.
Een ander voorbeeld van tegenstrijdige waarden zijn bijvoorbeeld de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid en gelijkheid. Er bestaat niet persé een harmonieuze verhouding tussen beiden.
Berlin vat dit mooi samen: “The notion of the perfect whole, the ultimate solution, in which all good things coexist, seems to me to be not merely unattainable – that is a truism – but conceptually incoherent; I do not know what is meant by a harmony of this kind. Some among the great good cannot live together. That is a conceptual truth. We are doomed to choose, and every choice may entail irreparable loss.” Isaiah Berlin, ibidem, blz. 13.
Het feit dat het bestaan van één absolute harmonieuze waarheid een mythe of een waanbeeld
is, is echter niet noodzakelijk slecht nieuws. Want juist het rotsvast geloof in een harmonieuze en spanningloze betere wereld heeft vaak met de beste bedoelingen onnoemelijk leed veroorzaak.
Berlin opnieuw: “Utopias have their value – nothing so wonderfully expands the imaginative horizon of human potentialities – but as guides to conduct they can prove literally fatal. Heraclitus was right, things cannot stand still. So I conclude that the very notion of a final solution is not only impracticable but, if I am right, and some values cannot but clash, incoherent also. The possibility of a final solution […] turns out to be an illusion; and a very dangerous one. For if one really believes that such a solution is possible, then surely no cost would be to high to obtain it: to make mankind just and happy and creative and harmonious for ever – what could be too high a price to pay for that?” Isaiah Berlin, ibidem, blz.15, mijn cursivering.
Ik vind deze passage belangrijk, omdat die ook uitlegt waarom iemand als Robespierre zich heeft laten verleiden tot het instellen van de terreur. Robespierre was immers een integer en idealistisch man, die geloofde in een gouden toekomst die voor de eerste keer in de geschiedenis bereikbaar bleek.
Zonder de ernst van het leed van de terreur die de Franse revolutie heeft veroorzaakt, vind ik de selectieve verontwaardiging over het aantal slachtoffers ervan vaak verwonderlijk. De Franse koning Louis XIV heeft bloedige oorlogen uitgevochten uit machtswellust om zijn territorium te vergroten, die buiten de militaire slachtoffers ook afschuwelijke levensomstandigheden en hongersnoden voor de boerenbevolking ten gevolgen heeft gehad. Frederic de Grote van Pruisen is ‘groot’ omdat hij vernietigende oorlogen heeft gevoerd om Pruisen te vergroten. Napoleon I baadt in een zee van bloed, en is nochtans beroemder dan zijn neef Napoleon III, die een hekel had aan veldslagen. Overal staan standbeelden van die mensen.
Naar mijn weten staat er nergens een standbeeld van Robespierre…

Tot besluit: ik denk dat het belangrijk is in te zien dat absolute waarheden niet bestaan, en dat de mens op pragmatische en voorzichtige wijze moet trachten een precair en voorlopig evenwicht na te streven. Terreur en terrorisme worden vaak veroorzaakt door personen die overtuigd zijn van één waarde, die kost wat kost willen opleggen, en andersdenkenden diaboliseren. Dit geldt m.i. bijvoorbeeld zowel voor Bush als voor Bin Laden e.a. van dat kaliber, die niet kunnen leven met een complexe en ambigue mens en werkelijkheidbeeld.

woensdag 5 maart 2008

Negatief mensbeeld in het Westen en de gevolgen hiervan

CITAAT

“ It would be remiss to ignore the growing influence of a significant degree of what some have identified as a culture of self-loathing in the developed world. If one wants to discover anti-American views coherently expressed, or people who reject the benefice of science, progress and modernity, then one need not look far to find them. Such opinions are all around us.”
“Western society today is replete with individuals and institutions that appear determined to criticize and undermine human achievements”



REFERENTIE

Bill Durodié, Fear and terror in a Post-political Age, in: Government and Oppinion, Vol.42, eerste citaat blz. 434 en tweede citaat blz. 435.



COMMENTAAR

Het artikel van Bill Durodié vond ik zeer interessant, vooral omdat het ‘ons’ met de neus op feiten drukt die wij niet altijd graag zien. Veel westerlingen hebben een negatief beeld gekregen van de westerse beschaving, al dan niet vergezeld van schuldgevoelens, en hebben zelf een negatief beeld van de mens zelf en zijn mogelijkheden.
Dit alles is ver van onschuldig, en kan vergaande gevolgen hebben. Ik citeer hier drie maal Frank Furedi, die ik al ter sprake bracht in een van mijn eerste berichten op deze blog:
“Angst heeft een groot maatschappelijk aanzien gekregen en wordt aan het begin van de eenentwintigste eeuw ook aangewakkerd door een ongehoord wantrouwen tegen de menselijke soort” in: Frank Furedi, Cultuur van de angst, Meulenhof, 2006, blz. 15, mijn cursivering.
“Misantropie heeft inmiddels een diepgaande invloed op het politieke leven en het politiek debat” in: Frank Furedi, ibidem, blz. 18.
“Onze kijk op de mensheid is echt heel belangrijk. […] Het huidige cultureel pessimisme en de culturele verwarring voorkomen dat de menselijke verbeeldingskracht de uitdagingen die voor ons liggen bij de horens vat. Al dat gezwam over het overleven van de mensheid is alleen maar de uitdrukking van ons geschokte vertrouwen in de mens. Waar het echt om gaat is niet of de mensheid kan overleven, maar of ons vertrouwen in de mens de eenentwintigste eeuw ongeschonden door kan komen. […] Dit boek gaat over de onwil binnen onze samenleving om positief om te gaan met risico’s”. in: Frank Furedi, ibidem, blz. 20.

Ik vind deze citaten belangrijk, omdat de sfeer van angst die ons omringt ons misschien overgevoelig maakt voor de dreiging van terrorisme, en ons ook verhindert er op een rationelere manier mee om te gaan. Dit is wellicht een gevolg van een doorgedreven individualisering (waar ik ook niet aan ontsnap, het is niet omdat ik die analyse interessant vind dat de erin beschreven problemen niet op mij van toepassing zouden zijn). Bill Durodié schrijft hierover: “The erosion of collective forms of social associations, both in the formal and the political convictions and participation, as well as in the informal sphere of everyday life, has a dramatic impact upon how people view themselves and the world around them”, in: Bill Durodié, o.c., blz. 439.
Kortom: er zijn m.i. een aantal elementen die wijze op een objectieve dreiging van terreuraanslagen (er hebben wel degelijk aanslagen plaatsgevonden), maar onze overgevoeligheid voor dit gevaar ligt waarschijnlijk voor een deel bij onszelf. Dit heeft waarschijnlijk ook gevolgen voor het probleem van de ‘integratie’ van migranten, want het is paradoxaal aan migranten te vragen zich te ‘integreren’ in een samenleving die twijfelt aan haar eigen waarden en aan haar kansen op voortbestaan.
Waar Furedi de vraag stelt of ons vertrouwen in de mens de 21° eeuw kan overleden, zou mijn antwoord zijn dat dit vertouwen reeds in de 20° eeuw ter ziele is gegaan. De zinloze slachting van WO I, het nazisme in het hoogontwikkelde Duitsland, de communistische en stalinistische zuiveringen, de ‘culturele revolutie’ in China enz., enz… hebben, vrees ik, het voor ons niet gemakkelijk gemaakt om nog te geloven in de potentialiteit van de mens. In de voorvermelde feiten werd helaas ook vaak het idealisme van de mens misbruikt, vele mensen zijn er met enthousiasme ingetuimeld, en hebben vaak een zware prijs moeten betalen. Zelf ben ik blij na 1950 geboren te zijn, ik heb niet de kans gehad in sommige dromen of waanbeelden te trappen.
Ik deel de bezorgdheid van Durodié en Furedi, over ‘self-loathing’ of een negatief beeld van de mens, maar het is niet daarom dat ik redenen tot een optimistischer visie vind. Misschien zit ik teveel vast in het negativisme dat Furedi aanklaagt. Misschien is het beter een positiever mensbeeld te hebben, maar het is nog niet daarom dat dit mensbeeld daarom persé correcter is. Het doet mij een beetje denken aan Kant die in zijn KpV God erbij haalt om ervoor te zorgen dat de moreel handelende mens niet in de kou blijft staan. Een mooie gedachte, maar het is niet daarom dat men erin kan of moet geloven.
In elk geval: het negatief mensbeeld dat aanwezig is in het westen, correct of overtrokken, speelt m.i. een rol in onze angst en in onze gevoeligheid voor een terroristische dreiging.



woensdag 27 februari 2008

obesitas gevaarlijker dan terrorisme

Oxford. "Overheden concentreren zich te veel op de strijd tegen terrorisme, terwijl obesitas en andere 'lifestyleziektes' wereldwijd miljoenen doden eisen", aldus de teneur op de Oxford Health Alliancetop in Sydney.

REFERENTIE

De Morgen 26/2/2008, artikel 'Obesitas gevaarlijker dan terrorisme', blz. 12.


COMMENTAAR
Maar of dit nu goed nieuws is?

politieke activisme en maatschappijkritiek

CITAAT:

Ik zou onderscheid willen maken tussen twee verschillende modellen van maatschappelijke en politieke betrokkenheid die grofweg overeenkomen met de liberale benadering en de hegeliaanse lijn: ik noem ze het politieke activisme en de maatschappijkritiek. De Britse filosoof Bertrand Russell en de Duitse, naar de verenigde Staten geëmigreerde Hannah Harendt belichamen, respectievelijk beide posities. Beiden hebben zich dermate geëngageerd dat ze publieke intellectuelen zijn geworden. In de manier waarop ze de verhouding van filosofie en politiek zagen stonden ze echter diametraal tegenover elkaar. Terwijl Russell politieke betrokkenheid beschouwde als een zaak van persoonlijke keuze, op basis van de gedachte dat de filosofie steeds de tijdloze waarheid op het oog heeft, was voor Arendt de filosofie altijd historisch gebonden, zodat iedere wijsgerige betrokkenheid ook een politieke portee heeft.

REFERENTIE:

1° tekst van de reader voor deze cursus: Giovanna Borradori, Filosofie in een tijd van terreur, blz. 20.

COMMENTAAR:

Heel wat hedendaagse filosofen verbinden inderdaad hun filosofie met politieke betrokkenheid, niet alleen mensen als Sartre en Camus, maar in onze dagen bijvoorbeeld een Habermas, Ferry of Comte-Sponville. Een van de hedendaagse Franse filosofen die zich vooral toespits op de politieke filosofie, Marcel Gauchet, meent echter dat de laatste decennia niet de filosofen de politiek loslaten, maar wel de ‘burgers’, en hij beschouwt dit als een verontrustend feit. De ‘burger’ heeft minder belangstelling voor het uitoefenen van zijn politieke rechten met het oog op het tot stand komen van een leefbare samenleving, dan voor het veiligstellen van zijn individuele rechten. In La religion dans la démocratie, Gallimard, Parijs, 1998, mijn uitgave Folio, blz. 96 en 97 schrijft Gauchet hierover het volgende : » L’accent fondamental s’est déplacé de l’exercice de la souveraineté des citoyens en corps vers la garantie des droits de l’individu…Le problème prioritaire est devenu celui de la préservation des libertés personnelles dans leur extériorité vis-à-vis du pouvoir…Le versant libéral de la démocratie libérale a pris le pas sur son versant démocratique-participatif. » Volgens Gauchet heeft ook de gevoeligheid voor het algemeen belang een wijziging ondergaan. “Les intérêts avaient à se légitimer en se présentant comme les composantes d’un intérêt d’ensemble. Ils sont désormais tenus pour légitimes en eux-mêmes, dans leur nudité solitaire. Ils sont reconnus libres de jouer sans avoir à répondre par avance de leur contribution au bien global. » (Marcel Gauchet, ibidem, blz. 116).
Politieke betrokkenheid en engagement wordt dus een kwestie van persoonlijke keuze, zoals dit voor Lord Russell het geval was, en die keuze verliest dus meer en meer van zijn aantrekkingskracht.
Dit is wellicht geen goede zaak, niet alleen voor het ‘algemeen belang’, maar ook omdat het individu zich daardoor eenzamer, machtelozer en cynischer gaat voelen, wat de in onze tijd prominente aanwezigheid van angstgevoelens alleen maar versterkt (zie hierover het boek van Frank Furedi, De cultuur van de angst, dat ik in een vorig blog-bericht hebt vermeld). De dreiging van zinloos geweld en terrorisme lijkt daardoor alleen maar toe te nemen. O.a. hierover gaat de bijdrage van Bill Durodié, waarop ik in een volgend blog-bericht hoop terug te komen.
)

film over terreur en terrorisme: Lust, Caution (2007)


Het gaat hier niet om een citaat, maar om een film die momenteel in Antwerpen wordt gespeeld: Lust, Caution (2007) van Ang Lee. In deze film spelen terreur en terrorisme een belangrijke rol. Ik geef hier kort de samenvatting zoals die te lezen staat op filmfocus."China 1938. De tweede wereldoorlog staat op uitbreken. Op de universiteit ontmoet het meisje Wong Chia Chi de idealistische student Kuang Yu Min. Die betrekt haar in een complot om de Japanse collaborateur Mr. Yee te vermoorden, door zich voor te doen als een ander en een affaire met Yee te beginnnen. Het plan loopt echter helemaal mis en Wong slaat op de vlucht. Drie jaar later komt ze Kuang opnieuw tegen in het door Japan bezette Shanghai. Kuang, die in het verzet is beland, weet Wong te overhalen haar oude rol opnieuw op zich te nemen. De gevaarlijke Yee is ondertussen echter alleen machtiger geworden.

REFERENTIE
www.filmfocus.nl/films/26344-Lust-Caution.html

COMMENTAAR
In deze film spelen terreur en terrorisme een belangrijke rol. De terreur die de Japanse bezetter op de Chinese bevolking uitoefende was wellicht veel groter dan die uitgeoefend door de Duitse bezetter in Frankrijk en België tijdens WO II. De Chinese bevolking werd systematisch door de bezetter vernederd. In de bezette delen van China kon men alleen hopen op een bevrijding door de legermacht van de Amerikanen of de troepen van de Kuomingtan of van de communisten. Ondertussen werden er in de bezette delen aanslagen gepleegd tegen de bezetter. Ik vond de film interessant omdat het over twee geplande terreurdaden gaat. De eerste geplande aanslag (in 1938) werd voorbereid door een aantal jonge, enthousiaste en idealistische jongeren, die echter totaal geen ervaring hebben op dat vlak. Belangrijk vind ik dat het helemaal niet duidelijk is wat ze met de eventuele uitschakeling van Mr. Yee zouden bereiken. Ik betwijfel niet dat terrorisme een rationeel wapen kan zijn in bepaalde conflicten, zoals bijvoorbeeld in de Algerijnse kwestie, waar het het vertrek van de Franse troepen heeft bespoedigd. Maar in een aantal gevallen kan het contraproductief zijn. Zo werden bijvoorbeeld in Rusland in de 19° en begin 20° eeuw, in een periode dat de overheid overwoog een aantal hervormingen door te voeren, een aantal terroristische aanslagen gepleegd die die hervormingen hebben vertraagd of zelf ongedaan hebben gemaakt. Hierover schrijft Michael Burleigh in Earthly Powers, Religion and Politics in Europe from the Enlightenment to the Great War, Harper Perenial, London, 2006, blz. 276: “In the east [Rusland] a form of political religion was developing in which ‘sacred violence’ was intrinsic to men who considered themselves to be ‘just’ murderers on the ground that their terror allegedly struck only at those guilty of oppression. Paradoxically, such figures emerged at a time when social reform seemed a distinct possibility”. Dit doet natuurlijk sterk denken aan het toneelstuk van Albert Camus Les Justes.
In dat stuk zegt een van de protagonisten: “Nous ne sommes pas de ce monde, nous sommes des justes. Il y a une chaleur qui n’est pas pour nous », en andere een beetje verder : « Il y a trop à faire ; il faut ruiner ce monde de fond en comble… » (Albert Camus, Les Justes, 1950, mijn uitgave in pocket : Folio, blz. 88 en 90.) Het gaat hier dus om terrorisme dat alleen destructief is, geen concrete opbouwende samenleving voor ogen heeft. Dit doet mij denken aan de aanslag in de metro van Londen waar Bill Durodié het heeft in de tweede tekst van de reader voor deze cursus.
De tweede geplande aanslag in 1942 is in die zin totaal anders, omdat die gepland wordt in het kader van het georganiseerde verzet dat de japanners en collaborateurs wil treffen en verzwakken als voorbereiding op een militaire bevrijding. Hier gaat het wel degelijk om een overwogen en rationeel te verklaren actie.
concept
13:07:00
door bruno segers

zondag 24 februari 2008

verschil tussen terreur en terrorisme

CITAAT
"Om de vlaknaoorlogse Franse intellectuelen te begrijpen, is het noodzakelijk om een verschil te hanteren tussen 'terreur' en 'terrorisme'. De term 'terreur' zal ik gebruiken in relatie tot een bewind dat het aanjagen van angst gebruikt om haar volk in het gareel te houden en de orde te handhaven. De term als zodanig wordt voor he eerst gebruikt tijdens de Franse revolutie. In tegenstelling tot de terreur is het terrorisme niet geïnstitutionaliseerd. Sartre zal zeggen dat de terroristen eenvoudigweg geen ander wapen hebben. Terrorisme is geweld dat wordt gepleegd door een subversieve groepeing, soms door een individu, met als doel de ander schrik aan te jagen of te vernietigen. Terrorisme is altijd illegaal, terwijl terreur legaal is. De grondhouding van het terrorisme is steeds dat de maatschappij onrechtvaardig is, en dat alleen haar vernietiging tot waarachtige rechtvaardigheid kan leiden. 'Terreur' wordt gebruikt voor de handhaving van de orde; 'terrorisme' streeft naar een revolutie of allesomverwerpende verandering...

REFERENTIE

Ruud Welten, Zinvol geweld: Sartre, Camus en Merleau_Ponty over terreur en terrorisme, Klement, 2006, blz. 17.

COMMENTAAR

Ik heb dit citaat hier vermeld, omdat het m.i. bij het begin van een 'onderzoek' naar terreur en terrorisme belangrijk is het onderscheid te maken tussen die twee begrippen, en ik het onderscheid dat Ruud Welten maakt verhelderend vind. Vooral zijn vermelding dat terreur in tegenstelling tot terrorisme geïnstitutionaliseerd is, en dat terreur daarom legaal is, terwijl terrorisme illegaal is vond ik interessant.
Verder is het zo dat de 'terreur' inderdaad ontstaan is tijdens de Franse revolutie, waar Robespierre e.a. de verwezenlijkingen van de revolutie wilden verdedigen tegen de contrarevolutionnaire en opportunisten. Het is zeker niet mijn bedoeling een karikatuur te maken van Robbespierre, bijgenaamd 'l'incorruptible', die de zuiverheid van de revolutionnaire idealen wilde verdedigen tegen naar zijn mening corrupte figuren zoals Danton of mensen met een genuanceerdere manier van denken zoals Condorcet. Wel wil ik suggereren dat het nastreven van 'zuiverheid' in een ordening van staat en samenleving gevaarlijk en contraproductief kan zijn. En het is m.i. iets waar terroristen zich ook vaak aan bezondigen, zoals goed weergegeven door Albert Camus in zijn toneelstuk Les Justes (waarover later meer). Het is belangrijk te vertrekken van een genuanceerd mensbeeld, en rekening te houden met onze menselijke beperkingen.
Volgens Marcel Gauchet, die hiervoor vooral Freud en Lacan bestudeerd heeft, maakt het conflictuele, de gespletenheid zodanig deel uit van het 'wezen' van de mens dat een spanningsloze en volmaakte samenleving noch denkbaar, noch verwezenlijkbaar is. In La condition historique (Stock, Parijs, 2003, blz. 174) schrijt hij: "Ici, ce n'est plus Freud avec Marx, mais Freud contre Marx. En regard de Marx, Freud est l'auteur qui donne à concevoir une certaine irréductibilité de la conflictuatité humaine [...] Il reste que le modèle latent du caractère irréductible de la division psychique, fortement accentué par Lacan, fournit un levier efficace pour échapper au philosophies de la réconciliation." Een perfecte verzoende samenleving zonder belangenconficten is dan ook utopisch, vermits het al een bijna onbegonnen werk is de mens met zichzelf te verzoenen.
Het nastreven van een 'samenleving voor zuiveren' heeft niet alléén bij religieuze hervormens (Savonarola om maar iemand te noemen) veel slachtoffers gemaakt.

angst als algemeen fenomeen en kenmerk van het Westen in de 21° eeuw

CITAAT
1) "...dat angst niet zomaar en reactie is op een bepaald gevaar, maar een culturele metafoor waarmee we het leven begrijpelijk maken.
De culturele verbeelding wordt aan het begin van de eenentwintigste eeuw niet lager geprikkeld en bepaald door hoop, maar door angst."

2) "Zoals Christophe Lambert opmerkte in zijn studie over Frankrijk, La société de la peur (' De bange samenleving'), worden zijn landgenoten geteisterd door 'angst voor de toekomst, angst om te verliezen, angst voor anderen, angst om een risico te nemen, angst om oud te worden.'

3) "Angst heeft een groot maatschappelijk aanzien gekregen en wordt aan het begin van de eenentwintigste eeuw ook constant aangewakkerd door een ongehoord wantrouwen tegen de menselijke soort."


REFERENTIE

1) Frank Furedi, Cultuur van Angst, Meulenhoff, 2006, blz. 8.
2) ibidem, blz. 10
3) ibidem, blz. 15.

COMMENTAAR

Ik heb deze citaten vermeld omdat ze mij juist lijken, en omdat het nuttig is aan het begin van een 'onderzoek' over terreur en terrorisme te beseffen dat wij hierover niet in het luchtledige denken, maar dat ons denken zonder dat wij dit beseffen in grote mate bepaald en beïnvloed is door het heersende discours over angst en terrorisme. Zonder de reële dreiging van het terrorisme te negeren (9/11 en de aanslag in de metro van Londen e.a. hebben natuurlijk plaatsgehad) is het niet onmogelijk dat de dreiging van terroristische aanslagen in het Westen wordt overdreven.
Zoals professor Coolsaet op een vraag 'Heeft het pessimisme niet vooral te maken met de angst voor het internationaal terrorisme' antwoordde: "Die angst is ongegrond. De kans dat je in België het slachtoffer wordt van een terreuraanval is even groot als de kans dat je met je auto tegen een hert aanknalt en daarbij om het leven komt - verwaarlosbaar dus." Interview met Rik Coolsaet, Over Hebbers en Nikshebbers, in: Knack , 20/2/2008, blz. 104.

Over de gevolgen van angst en het daardoor ontstane gebrek aan zelfvertrouwen en vertrouwen in het algemeen zal ik later terugkomen i.v.m. het artikel van Durodié.