zondag 20 april 2008

Moeilijkheden van een dialoog

CITAAT

“Ensuite, pour dialoguer, il faut donner et recevoir. Avoir quelque chose à donner à l’autre, c’est-à-dire savoir d’où l’on vient soi-même. […] Mais on doit aussi avoir l’humilité de recevoir, sans croire qu’on occupe un point surplombant l’histoire et qu’on est là pour faire rentrer l’autre dans le droit chemin. […] Un dialogue devient sérieux quand le respect mutuel va au-delà de la simple civilité, et quand, comme disait Paul Tillich, ‘le dialogue avec l’autre est en même temps un dialogue avec soi’."

REFERENTIE

Régis Debray, Un mythe contemporain : le dialogue des civilisation, CNRS Éditions, Paris, 2007, blz. 38-39, zijn cursivering.


COMMENTAAR

Een echte dialoog heeft mogelijkheden die echter juist de moeilijkheid ervan aangeven. De mogelijkheid is inderdaad dat men, naast het standpunt van de andere, ook een beter zicht krijgt op het eigen standpunt. Dit is positief, maar maakt een dialoog ook zeer moeilijk. Immers, om te dialogeren moet men minstens al een zekere rationele vertrouwdheid hebben met dat waarvoor men zelf staat. Hoe zwakker de eigen identiteit, hoe sterker de angst, remmingen en verdedigingsmechanismen die worden opgetrokken om de eigen zwakheid te verbergen. Er moet dus een zekere vertrouwdheid bestaan en een zeker vertrouwen in de eigen situatie, alvorens men tot dialoog kan overgaan. Nu is dit juist in onze tijd een probleem. Furedi en Durodie hebben gewezen op een malaise in het westers denken, die gedeeltelijk het gevolg is van een vacuüm inzake eigen waarden en identiteit.
En ook de andere dialogerende partij zal bereid moeten zijn in eigen boezem te kijken, en het eigen falen niet systematisch aan het Westen te wijten. Azië is de ‘kolonisatie’ door het Westen glansrijk te boven gekomen, en heeft veel van haar vroegere ‘heersers’ geleerd. In de islamitische landen zou men dit moeten erkennen, en zich de vraag stellen naar de redenen van eigen falen. Maar dit is iets dat die landen (zouden) moeten oplossen.
Maar wat het Westen betreft: waaruit komt de malaise waar Furedi en Durodié het over hebben? Een deel van het antwoord kunnen we m.i. vinden bij Jean-Paul Sartre. Hierover gaat mijn volgende blog.

Geen opmerkingen: